2012 Dorestad raid

De Dorestad raid 2012 startte woensdagavond 12 september op de werf Hofstra in Leeuwarden, waar de bootjes het water in gleden. Er is ’s avonds doorgeroeid of gezeild naar Lekkum, waar het welkom op de in Dubio plaats vond en de eerste nacht werd doorgebracht. ’s Morgens hozen, en daarna met mooi weer, met een op de boot al voorspeld zwak windje richting Dokkum. Aldaar lunch en verder getrokken naar de tweede overnachtingsplek even voor Dokkumer Nieuwe Zijlen. Vrijdag de sluis door, en het  Dokkumer Diep in naar het Lauwersmeer. Een pittig dagje, met westenwind 6-7 Beaufort. Voor een gedeelte van de groep lunch in het Stropersgat. Daarna de Zoutkamperril in, waar de in Dubio inmiddels lag voor de volgende overnachting. Zaterdag weer met een rustig windje doorgevaren tot het rustieke Aduarderzijl. Zondag nog een klein stukje kruisend tot Garnwerd, trailers ophalen, bootjes eruit. Het was een raid met zeer afwisselende omstandigheden, prachtige bootjes, en een fantastische sfeer. 

Hieronder een overdruk van het artikel in Spiegel der Zeilvaart over deze tocht, daaronder een verslag van Luc Sluimer, en tenslotte een uitleg van Victor Vandersmissen.

*   *   *

 

*  *  *

Verslag van Luc Sluimer, in Mirror ‘Houtje touwtje’ (zie ook bootportret hiervan):

12 september kom ik in een oude Citroën met karretje aan de trekhaak in Leeuwarden aan.

In het karretje een oude Mirror. Op de vraag of ik al lang met het bootje voer kon ik naar waarheid antwoorden dat het de eerst keer zou zijn dat ik het klompje te water zou laten.  De verbazing was van de gezichten te lezen. Ook kon ik me niet aan de indruk onttrekken dat men mij als een potentieel probleem zag.  Zou het wel blijven drijven?  Is die vent niet zwaarder dan het bootje aankan?

In de eerste kilometers hoop ik te hebben bewezen dat er  in ieder geval  kans bestond dat ik Dokkum zou halen.  Die hoop voedde mijn  gedachte de stad te kunnen passeren zonder het lot te delen, dat een oude  Britse monnik halverwege de achtste eeuw  trof, om van verder door mij veroorzaakt oponthoud door Titannic-achtige of ander vormen van rampspoed. Ik kan namelijk begrip opbrengen voor hen, die zich over mij en mijn geestelijk welzijn zorgen hebben gemaakt.

Omdat op die eerste dag de wind zo zwak was, dat een der aanwezigen met kielhalen werd bedreigd wegens zijn niet geheel uitgekomen weersvoorspelling, heb ik regelmatig moeten roeien.  Daardoor merkte ik wel, dat zich in mijn lichaam spieren bevinden, waarvan het bestaan mij niet bekend was.

De volgende dag was het een dag met heel ander weer.  Dit weer werd door sommigen onder ons aangegrepen, latente hulpverleningsbehoeften van anderen op de proef te stellen.  We hebben kunnen constateren dat het daarmee wel snor zat. Daarna op het moederschip eten en kontsoppen.

De zaterdag was er een om in te lijsten. Van start tot de (waar gebeurde) verhalen.

Tot en met het afscheid op zondag heb ik enorm genoten.

Ik hoop bij een volgende Dorestad raid u allen weer te treffen.

 

*   *   *
Victor Vandersmissen zou komen, maar hij kwam niet. Ter compensatie een lezenswaardige uitleg van hem hoe dat zit met de jeugd, tegenwoordig.

Omdat Garnwerd Witmarsum werd

Tijdens de Dorestad Raid in 2011 riep men me toe dat het bij de volgende Dorestadraid toch wel belangrijk was dat er wat meer jeugd van de partij zou zijn. Verjonging. We waren het verschrikkelijk eens: “leuk plan, ik trommel wel wat vriendjes op,” riep ik, en: “ik ben toevallig net met een nieuw projectje bezig op dat gebied.” Dit jaar is die belofte niet helemaal werkelijkheid geworden, want na een jaar dacht ik daar namelijk heel anders over. Voor het verhaal moet de nadruk even worden gelegd op het natuurlijke en inspannende karakter van de Raid.

Een zelfde idee kwam in februari namelijk van een andere Nederlandse zeilclub. Mijn hulp werd daar in eerste instantie als erg nuttig gezien, ik zat per slot van rekening in de bron. Jongeren, studenten, die stonden te popelen om zich klassiek, op zee het water uit (lees: in) de naad te werken, de droom van opa verwezenlijkend, en ik kon daarin een sleutelrol spelen. Het mislukte en ik vroeg me af hoe kansrijk het initiatief vanaf het begin eigenlijk was geweest. “Ik vind het niet bij voorbaat geen goed plan,” had mijn zeilmakker David geroepen. Die tekst had me van deelname aan het project moeten weerhouden.

De werkelijkheid lag namelijk heel anders. Wat een jongeling het liefste doet, dat is in een motorboot varen. Tanken, één keer trekken en je kan de hele middag vooruit. Met veel minder inspanning, en bovendien omgekeerd evenredig meer meiden aan boord. Roeien en wrikken? Dat zijn de mannelijke equivalenten van huishoudelijke arbeid. En nog buiten ook… In Leiden hebben we iemand in dienst die dat voor een paar euro doet. Natuurlijk Vaarders zijn uiterst zeldzaam in deze leeftijdscategorie. Zeilen is wel leuk, maar alleen op eigen initiatief. Ja de oudjes, die begrijpen dat niet. Maar zo moet het ook.

Een schokkend voorbeeld van dat onbegrip las ik in een reactie op een verhaal in de Economist van 8 september. Over een dichtende soldaat. Van schrijvende soldaten zijn uit de Eerste Wereldoorlog veel werken bekend, uit de Tweede nauwelijks, zo valt in het verhaal te lezen. Een van de weinigen van wie men wel schrijfsels in handen kreeg, was Frank Thompson, 23 jaar, grammaticaal aangelegd en slim. Als hij niet las, dan schreef hij: 250.000 woorden in die oorlog alleen al. Ene ‘Ashbird’ schrijft in een reactie onder het artikel op de website: “(…) How come they don’t make 23-year-olds like that any more? Our world appears to be filled with unwashed, unkempt, unschooled, uneducated, unread, unthinking bums pushing keys like zombies on a shiny i-pad, i-pod all day long? And pass that for intelligence?” Hij vergat dat er ook vroeger – net als nu het geval is – maar weinigen waren zoals Thompson. Ik denk dat hij zelf als twintiger in een motorboot voer en nu in staat zou zijn te klagen dat jongeren te lui zijn om te roeien.

De mensen die wel begrijpen hoe het zit, vind je waarschijnlijk bij Stichting Natuurlijk Varen. Zij beseffen dat er, als zij eenmaal in het verzorgingstehuis de ellebogen laten rusten, een nieuwe groep zal zijn die rond de tweede week van september, de schoorsteen van In Dubio laat roken en bij de borrel lachend roept dat de tijd is aangebroken dat er meer jeugd enthousiast wordt, om de zaak in stand te houden. En zo is het ook eigenlijk maar net. En het gaat vanzelf. Daarom heb ik er waarschijnlijk ook niets meer over gehoord.

Afsluitend is het vooral ontzettend vleiend, dat iedereen zo graag heeft dat ik er bij ben, en er aan mijn vader Hans, als een van de grondleggers nog zo beminnelijk wordt teruggedacht. Het leek me mooi om, nu hij er bijna drie jaar niet meer is, en omdat ik er tegen mijn belofte in niet op zaterdag was, een stukje te schrijven voor de website. Het is trouwens leuk om te vermelden dat we dit jaar met een groep van zes Leidse studenten, vanuit de Leidse Studenten Zeilvereniging ‘Notos’ weer talloze zeil-activiteiten zullen gaan organiseren. Als instituut voor neotenen.

Ik vond het wel jammer dat ik de zaterdag niet meer van de partij kon zijn. Een onwaarschijnlijk lange reistijd gooide roet in de logistiek. Misschien lukt het de volgende Raid wel. Maar, “[a]ls je niet links ken, ga je gewoon drie keer rechts, dat is ook links,” valt te lezen in een boekje dat bij ons op de plee ligt. In dat licht is dit hopelijk een redelijk alternatief.
Victor Vandersmissen