De Noorderraid van Pollus

“Vrijdag 15 augustus, 12:00 uur, Jachthaven Hunzegat in Zoutkamp”. Dit was alle informatie in de uitnodigingsmail die ik had ontvangen nadat ik een berichtje naar de website natuurlijkvaren.nl had gestuurd. En neem zelf eten, drinken en een tentje mee. Spannend!

Als beginnend zeiler, sinds een jaar in het bezit van de aluminium Tirrik die jullie vermoedelijk allemaal op Marktplaats hebben zien staan, snakte ik naar soortgenoten, zeilers met eenvoudige, kleine bootjes. In Friesland waar ik afgelopen jaar zeilde dobberen vooral poenige drijfcampers, in de schaduw waarvan het slecht overnachten is, zeker als daar grootfamilies of feestende jongeren op zitten. Ik was dus ernstig op zoek naar een kudde kleine bootjes, net zo als Youtube maar dan niet in Bretagne, Australië of de Chesapeake Bay.

Ik had dus beet met dat korte mailtje en wakker van de voorpret heb ik de trailer met bootje uit de stalling opgepikt, google maps gestart en ben ik op pad gegaan naar het Lauwersmeer. Wat zou ik aantreffen?

Daar aangekomen bleek er zich een diverse groep deelnemers te hebben verzameld. Voor zover ik kon zien bestond de vloot uit drie echt kleine bootjes, drie jachtjes (in de betekenis van “met overdekte slaapplaats”) en de Zeefier, een stoere sloep die blijkbaar het moederschip van de raid was. Er krioelden een man of 20 rond waarvan ik geen idee had wie bij welk bootje hoorde, maar de sfeer was gemoedelijk en tijdens het welkomstpraatje (heet zoiets een palaver?) werd al snel duidelijk dat het organisatieniveau tot het absolute minimum beperkt was gebleven. “Welkom, we vertrekken over een uurtje, we stoppen op het eiland. Vanavond kook je zelf, morgen gaan we eten in Lauwersoog en zondag gaan we weer terug. Succes en veel plezier!”

“Het Eiland” bleek een minuscuul stipje op de kaart te zijn en mijn plan was gewoon de rest van de vloot te volgen.

Nou is opkruisen met een lugsail nog niet mijn sterkste punt en omdat we de hele reis tegenwind zouden hebben maakte ik me op voor een uitgebreide oefensessie. Mijn buitenboordmotor had ik thuisgelaten want kom op, natuurlijk varen! Ik zou vooral mezelf eens laten zien wat ik kon. Nou dat heb ik geweten.

Les 1: de kanaalmarkering op het Reitdiep is niet een vaarsuggestie voor diepstekende jachten, het is een keiharde grens waarachter het zwaard zich in de keileem vastboort, waardoor er plotseling een scharnierpunt ontstaat en de boot zich als een windhaan omdraait. De verkeerde kant op.

Het volgen van de andere bootjes bleek een abstractie te zijn. De werkelijkheid was dat ik ze bij de Zoutkamperril al uit het oog verloren had. Dat was ook de plek waar achter de bomen de wind wegviel, les 1 zich aandiende en toen ik eindelijk de bocht voorbij was en werd geconfronteerd met de volle noordenwind en bijbehorende golfslag begon ik toch serieus te twijfelen aan hoe verstandig mijn inschrijving aan deze raid eigenlijk was geweest. Was dit niet een tandje boven mijn vaardigheid?

Achter mij zag ik de Krab opkruisen en ver daarachter de Zeefier, dus dat gaf mij enige kans op redding mocht ik het niet meer trekken. Verder hoopte ik dat de Krab mij zou inhalen zodat ik wist waar ik naar toe moest want ergens ver weg in het groen moest een ingang naar het slootje zijn waar “Het Eiland” zou liggen. Helaas bleef de Krab achter en ging, als ik mijn kaart moest geloven, plotseling een heel andere kant op.

Les 2: weet echt waar je heen moet en denk niet “dat zie ik onderweg wel”, want de wind, de golven, een zeiknatte kaart, vermoeidheid en onervarenheid maken het kaartlezen tot een uitdaging, zeker als je niet goed hebt bestudeerd waar het land begint en wat op de kaart nog ondiep water is. “Hee deze twee boeien staan op het land, dat is raar…”.

Na de vertwijfelde kaartpuzzel was de conclusie: opkruisen richting de groene oever, rechterkant aanhouden. Nooit voorbij de rode boeien varen (zie les 1) en dan moet de opening vanzelf opdoemen. Hop en gaan! En wat zag ik daar in de verte: een lichtblauw bootje met een wit zeil, die heen en weer varend plotseling in het niets verdween. Daar ergens moest de ingang zijn!

Die ingang bleek een redelijk breed water met de rode en groene boeien verdacht dicht bij elkaar. Ik ben blijkbaar hardleers want ik denk dat ik zeker drie keer de windhaanrotatie heb gemaakt met het klapzwaard keihard in de bodem. Dan is het snel het zwaard intrekken, gijpen en dan mag ik de laatste twee kruisslagen weer opnieuw doen.

Dit was het moment waarop ik – als ik mijn buitenboordmotor bij me had – de moed had opgegeven en met hangende pootjes zou komen aanpruttelen, dan maar onder luid hoongelach binnenvaren. Maar nee, dat zat er niet in, ik moest gewoon door. Voor de achthonderdste keer vaart maken, schoot aantrekken, oploeven… Het ging, maar nog niet fantastisch.

Eindelijk! Een aantal masten staken boven de bomen uit, de laatste bocht was in zicht en jawel! Daar lag het lichtblauwe bootje! Iemand zwaaide! Ik had het gehaald! Er was nog net plek voor mijn bootje maar voordat ik aan land kon moest er eerst voedsel in mijn systeem. Zwijgend, zeiknat en met trillende armen vorkte ik mijn maaltijdsalade naar binnen. Die was eigenlijk bedoeld voordat ik de overtocht zou maken maar die was ik door de spanning vergeten. Eenmaal voorzien van de benodigde koolhydraten begon een mild gevoel van trots zich over mij te spoelen. Ja, ik was de laatste, maar het was geen wedstrijd en ik had het gehaald!”

“Je neerhouder staat te ver naar achteren, je zeil staat volgens mij niet goed” zei Henk. Hij wees het aan. Ah de downhaul. Tuurlijk. Zeilschool Youtube heeft mij nooit de Nederlandse termen aangeleerd. Henk had net zijn mast naar beneden zien komen omdat een bevestigingsbalkje afbrak en dacht al na over de reparatie. “Morgen roei ik terug en dan lijm ik dit en dat weer daaraan… Balen? nee hoor, dit hoort bij het avontuur van het zeilen…” Wat een held. En dus oog voor mijn zeilstand. Ik kreeg inderdaad een foute plooi er niet uit en het enige dat Youtube adviseerde was de downhaul harder aantrekken, maar mijn giek stond al bijna krom.

De volgende dag, toen Henk inmiddels terug aan het roeien was, bleek dat de gouden tip te zijn, want met de downhaul op de juiste plek was die plooi er uit en ik kon ook met het zeil aan de “goede kant” (de kant waarbij het zeil niet tegen de mast aanligt) eindelijk fatsoenlijk oploeven. Dat was voorheen niet te doen, waardoor ik me voortdurend afvroeg waarom ze de goede kant niet de foute kant noemen.

Les 3 was dus zeiltrim, de waardevolle tip van een collegazeiler. Op Youtube is alles te vinden over de Bermuda Rigging, maar hoe je een lugsail trimt? Daarvoor ben je toch aangewezen op ervaringsdeskundigen.

Op “Het Eiland” was alleen plaats voor onze vier kleinste bootjes, de grotere schepen lagen verderop en toen daar plek ontstond had niemand op het kleineboteneiland meer zin/puf om de (dek)tent op te breken en te verkassen. Dus na een paar biertjes en wat mooie verhalen was het tijd om af te taaien voor een zeer wel verdiende nachtrust.

De volgende ochtend verzamelden we ons op het groteboteneiland en toen bleek welk feest we daar hadden gemist. Met gitaarspel, een bluesmuzikant en een mooi vuur. Gelukkig was er vanavond gelegenheid voor een herkansing.

De opdracht voor de zaterdag was simpel. Vanmiddag om vijf uur verzamelen aan de noordsteiger in Lauwersmeer om dan gezamenlijk te eten bij het visrestaurant aan de waddenkant van de dijk. Marlies, de schipper van het lichtblauwe bootje met het witte zeil vond het een veilig idee als wij als twee kleine bootjes samen de overtocht zouden maken. Ik vond dat een prima plan, want het werd weer een dag bikkelen: opkruisen, maar nu echt het Lauwersmeer op dus met nog meer golven. En ik wist van de vorige dag al dat ik haar niet zomaar bij kon houden.

Ik vermoedde dat zij rondjes om mij heen zou gaan varen en inderdaad, toen ik haar in de verte toch even kwijt was kwam ze me achterop. “Je zit te ver naar achteren, ga eens meer in het midden zitten want de boot hangt te diep en dat kost je snelheid.” Marlies had jarenlang zeilles gegeven en kon mijn beginnersfouten blijkbaar niet meer aanzien, of ze was het rondjesvaren zat. Tot mijn grote vreugde kon ik haar toen inderdaad veel beter bijhouden. Ze liep nog wel uit maar niet meer uit zicht. Zitpositie is belangrijk, dat was dus les 4 van deze raid.

Eenmaal in Lauwersoog aangekomen bleek ik niet tegen de wind de haven in te kunnen roeien. De haveningang had een brede opening en de noordenwind tunnelde daar vol door. Als het roeien even goed ging stond de GPS op 0, als het even minder ging 1,1 km/uur, maar dan achteruit. Net toen ik wilde opgeven om dan maar snel naar binnen te kruisen voordat iemand zou roepen dat dat niet mocht, stopte een motorbootje met de vraag of ik een sleepje wilde. Nou graag!

De zon scheen, achter de dijk lagen de boten in de luwte dus een middagdutje was een welkome besteding van de tijd. En uiteraard een uitvoerig gebruik van de havenfaciliteiten want iets van sanitair op de Marekriteplekjes blijft een felgekoesterde fantasie.

Iets voor vijf uur was iedereen binnen en konden we genieten van een heerlijke vismaaltijd. Ik had een lekkerbekje en dat was meteen de beste van het seizoen.

En toen moesten we nog terug!

Voor het eerst dit weekeinde met de wind in de rug! Dead downwind was volgens de gezamenlijke experts geen goed idee (wist ik veel door welke oog van de naald ik herhaaldelijk gekropen was) maar met ruime wind zigzaggend was het een feest. Marlies maakte keurige stormrondjes maar ik viel stil bij de eerste poging dus heb toen verder maar rucksichtlos gegijpt. Daarbij niet omgeslagen en niks kapot gemaakt dus ik noem dat een succes. Als beloning zag ik de gigantische zeearend recht boven ons vliegen. Ik nog wijzen maar niemand keek.

Terug op het groteboteneiland was het tijd voor kampvuur, bier en verhalen. De esoterische klanken van een Japanse blokfluit (als die anders heet, insert name here…) mengde sfeervol met de invallende avond en de rook van het kampvuur hield de meeste muggen weg. Het potje Deet dat met de borrelnootjes werd doorgegeven hielp daar ook bij. Naar mate de avond vorderde werd de sterrenhemel indrukwekkender en werden de gesprekken interessanter. Het was een monumentale afsluiting van de dag, maar uiteindelijk vielen de ogen onverbiddelijk toe.

Zondagochtend. Hoor ik dat goed? Regendruppels op de tent?
Inderdaad. Snel tussen de buien door ontbeten, de tent zo droog mogelijk ingepakt en rond tien uur vertrokken, de twee kleinste bootjes weer gezamenlijk op pad. Een heerlijk tocht het Lauwersmeer over en het Reitdiep in, daar waar we de afgelopen dagen tegen de elementen moesten opboksen. Nauwelijks buiswater, niet aan de grond gelopen en na anderhalf uur keurig droog in Zoutkamp afgemeerd. Daar stond Henk ons op te wachten, hij had inmiddels zijn gebroken masthouder gerepareerd en dat stond nu allemaal te drogen, op tijd klaar voor de volgende tocht.

Dit was mijn eerste raid. Veel geleerd, veel gelachen, mezelf uitgedaagd en uitgescholden, maar het was meer, veel meer dan waar ik op gehoopt had. Wijze lessen, gezelligheid, kameraadschap. Ik vind het heerlijk een paar gelijkgestemde watersporters gevonden te hebben. Ik voel me er wel bij thuis.

Pollus

Op de Zeefier
Het eiland
Het eiland