De September Sail van Pollus

Roeien, een ‘acquired taste’

De laatste keer dat ik had geroeid was ik negen en op avontuur in de grachten van Delft, in een opblaasboot, type Apollo, die mijn ouders met zegeltjes van de Albert Heyn hadden gespaard. 

Nu zat ik vloekend en tierend in mijn Tirrik, mijn nek verdraaiend om te zien waar ik heen moest, met om de haverklap een roeispaan vast in een onderwaterkerstboom of met boot en al vast in het riet. Wat was er ook al weer leuk aan natuurlijk varen?

De dag was heerlijk begonnen met een gezamenlijke start op het meer voor de camping, waarna al snel in een regenbui de wind wegviel en voor het eerst de roeiriemen buiten boord moesten. Zo op het meer is dat niet moeilijk en het zeilpak, dat ik van een vriend had mogen lenen onder voorwaarde dat ik hem niet zou teruggeven, hield mij aardig droog. Even later stopte de regen, stak een fijne wind op en kon er heerlijk gezeild worden. Lekker opkruisen, dat begint aardig te lukken, maar de achterstand die ik op het roeirak had opgelopen haalde ik er niet mee in. 

Bij Workum was het uit met de zeilpret, daar werd het kanaal te smal en de bruggen te laag en vond ik mezelf dus vloekend terug in het riet. Daarvoor was ik dwars door een enorme Friesland-Campina fabriek gepeddeld, met overhangende leidingen en een stroompje koelwater dat in de sloot werd geloosd. De fabriek is gelukkig niet geëxplodeerd tijdens mijn passage, maar de spanning was er niet minder om nu ik weet dat in die enorme tanks geen karnemelk of yoghurt zit, maar zoutzuur en/of salpeterzuur. Waarom was ik hier ook al weer?

Na een halve dag roeien, want zo lang leek het, kon het zeil weer op richting de Fluessen. Ruime wind en een reefje erin, want het was tijd om bij te komen met pistachenoten en (alcoholvrij) bier. 

Wat is zeilen toch heerlijk! Met mijn grootschoot in de klem en het roer op de wrijvingsstand heb ik de handen vrij om de pistachenoten te doppen, en om even te zwaaien naar Hubert, die me vlak daarvoor nog de juiste kant van een eiland op had gestuurd en nu een alternatieve route had gevonden. Dus op zoek naar de Yntemasleat. Die begon op een soort vijfsprong. Gelukkig kon ik de weg vragen aan twee wedstrijdroeiers die me tegemoet kwamen. Ik hoorde ze denken: “Als je niet weet waar je bent, wat doe je dan hier?” Maar dan op z’n Fries.

Terug op de Brekken werd ik tegemoet gevaren door Cockie, zodat ik onder begeleiding weer terug kwam op de camping. Dat, en het gejuich vanaf de kant, waar ongeveer iedereen al was, gaf de bikkeltocht een feestelijke afsluiting. 

Mijn roeiriemen zijn te kort, de dollen te groot en bovendien van plastic. De deskundigen waren genadeloos over mijn in elkaar geflanste roei set-up. Maar boeien, ik kwam voor het zeilen, toch? September Sail heet het evenement tenslotte. Nou dat lag subtieler, want op de tweede dag werd weer een traject voorgesteld door een paar schitterende slootjes, waarbij bij voorbaat al vast stond dat ik die toch niet kon zien, want ik kijk achteruit en dan voornamelijk naar de zijkant om daar niet tegenaan te varen. 

Door een toevallige speling van het lot voer ik vóór de supersonische raceboot van Josien (een unieke ervaring, vóór haar te varen) en die zat net zo hard te vechten met het riet en de waterplanten, maar dat ging niet zichtbaar ten koste van haar humeur. Ook de noodstop die ze moest maken omdat ik mij met volle snelheid in het riet had geboord nam ze lachend op. Dat het daarbij onophoudelijk regende maakte het tafereel eigenlijk soort-van grappig. Een stuk of tien worstelende bootjes met daarin volledig verzopen bemanning die dit voor hun kennelijke plezier deden. 

Eenmal op het Gaastermeer kon het zeil weer omhoog en in een mooie combinatie van wind en regen kwam ons flottielje aan in een pittoresk vissersdorpje, dat verwarrend genoeg ook Gaastermeer heet. Alles zat dicht, maar dat wisten we vooraf. Josien was ons – toen ze mij eenmaal voorbij kon – vooruit geracet en had voor iedereen broodjes paling geregeld bij een gesloten visboer.

Langzaam ging het kwartje rollen, heel zachtjes maar beslist. Er zijn dingen die vooral leuk zijn om achteraf te vertellen. Ontberingen, blunders, inschattingsfouten, ze doen het prima bij het kampvuur. Maar als het nou eens lukt van die ontberingen niet achteraf, maar tijdens het moment zelf te genieten? Dus lachen om de regen en het gebrek aan wind, accepteren dat je tijdens het roeien de verkeerde kant op kijkt. Alleen dan kun je zorgeloos genieten van het broodje paling dat je in je zeiknatte zeilpak in de stromende regen onder het afdakje van het publieke toilet staat te verorberen. Het is even schakelen maar het kan gewoon.

Na het broodje de terugvaart naar de camping. Prachtig, die zwerm kleine zeilbootjes op het Gaastermeer. En dat ik daarbij hoorde. Daar deed ik het voor. 

Na het opdraaien van de Brekken had ik het inmiddels zo koud in mijn doorweekte zeilpak dat ik ernstig begon te rillen. Dat is foute boel want we moesten nog een dik uur, dus – geheel tegen mijn natuur – het zeil gestreken en de zo verfoeide roeispanen naar buiten gestoken. Ik zou mezelf even warmroeien en wel zo kort mogelijk. 

Tot mijn verbazing kwam er al snel een soort ritme in. Waar ik voorheen om de vijf slagen in het riet zat of met één roeispaan een noodcorrectie moest maken, kon ik nu op de brede sloot voluit roeien. “Dit is minder irritant zeg” veranderde ongemerkt in “hee dit is leuk!”
Met een ongekende 4,2 km/h op de GPS plopte ik voorwaarts en kon ik zelfs een voor mij varend bootje bijhouden. 

Na een dik kwartier had ik mezelf warmgeroeid kon het zeil weer gehesen worden. Geholpen door een vrolijke playlist stond ik voorzichtig op het ritme mee te bewegen om niet weer af te koelen. Zo had ik niet eerder gezeild, vrolijk swingend in de boot, fris maar niet te koud, doorweekt maar gelukkig. Het kwartje was gevallen.

Van de Apollo rubberboot kan ik me niet veel meer herinneren, maar dat ik het roeien zelf leuk zou gaan vinden is een onverwachte uitkomst van deze “sail”. Nu nog op zoek naar de juiste roeispanen, betere dollen. En oh-ja, een waterdicht zeilpak.

Pollus

Met mijn nieuwe vrienden in Gaastmeer in de regen. Foto Josien