De nieuwste bootportretten zie je hier.
…
Zelf een bootportret insturen? Na je aanmelding krijg je een persoonlijke email van de beheerder met het verzoek om een beschrijving, 2-3 afbeeldingen van minimaal 1MB te sturen. Laat ook weten waarom je voor deze boot gekozen hebt!
Behalve naam of voornaam plaatsen we geen persoonsgegevens.
Mijn vorige boot was Dreamtime. Die heb ik verkocht, en nu ben ik eigenaar van Dragonfly. Dat is een Drascombe coaster, ietsje groter dan Dreamtime, met overnachtingsruimte. Vorig jaar heb ik motorloos rond gevaren.
Nu heb ik een electrobuitenboordmotor, anders mag je op veel plaatsen niet komen. Ik heb gezeild van Dordrecht naar Krimpen zonder motor, maar achteraf bleek dat ik in overtreding was, de motor moest standby staan. Dat de roeier altijd standby staat telde niet. Nu kunnen wij met een gerust hart overal komen.
De Strûner is een Drascombe Coaster uit 1980, sinds 2006 bevaren door Dirk Branbergen. Hij was een tijd daarvoor door de importeur uit Engeland gehaald. De laatste eigenaar daar was een Schotse doedelzakleraar. Ik heb nog gespeurd of de eigenaar dáárvoor dan geen whiskeystoker was, maar heb dat niet kunnen vinden. Het is een van de eerste Coasters, die de opvolger was van de tot 1979 gebouwde Cruisers (zoals de Pride of the Fleet). Belangrijk verschil daarmee is het ingebouwde brugdek, waardoor kajuit en kuip twee verschillende compartimenten zijn geworden – bij een natte kuip houd je nu droge slaapzakken. Het is een van de weinige ‘kajuit-Raid-boten’ maar daar toch geschikt voor omdat hij wel roei- en wrikbaar is. Wel wat zwaarder dan de anderen, daarom heeft hij ook een stevige plaats verworven in het achterveld van de Raid.
Hans Vandersmissen in de Pride of the Fleet, een Drascombe Cruiser. Hier als de bezemboot van de Dorestad Raid 2008. Maar ook haalde hij persoonlijk de Pride op in Engeland en stak ermee de Noordzee over. Later nogmaals, de ‘sentimental yourney’, zie hieronder het verslag daarvan in de Waterkampioen. Hans heeft boeken vol geschreven over zijn ervaringen met deze boot. Hans is initiatiefnemer en een van de oprichters van Natuurlijk Varen. Tot schrik van velen overleed hij plotseling op 12 oktober 2009. Zie het in memoriam op de Drascombesite.
De Pride wordt nu bevaren door zijn zoon Victor.
Victor heeft stevige vernieuwingen aangebracht aan de boot en vaart deze nu met veel plezier. Zie de publicatie uit 2020 daarover in ‘Zeilwereld‘.
Elenor is een longboat Drascombe waarmee ik met veel plezier sinds augustus 2023 op het Wad vaar, meestal single handed.en zoveel als mogelijk zonder motor. Na diverse andersoortige schepen zowel mono- als multihull kwam ik terecht bij de Drascombe longboat als zeer hanteerbaar, zeewaardige bootje waarin ik mij, nu wat op leeftijd, door de grote kuip en het zeer makkelijke tuig, gemakkelijk kan bewegen. De door Drascombe bijgeleverde tunneltent is snel op te zetten en af te breken en biedt verrassend veel ruimte. Dat maakt tochten van enkele weken op het Wad goed mogelijk. De geringe diepgang met opgehaalde kiel en stuurriem als roer maakt het Wad tot in alle uithoeken toegankelijk.
Na 21 jaar verschillende Drascombes te hebben bevaren, kom ik tot één conclusie: fantastische boten. Van ééndaagse tochten tot avonturen van drie weken. Ik heb altijd belangstelling gehad voor de houten uitvoering van de lugger. Enkele malen een boot bekeken, maar de conditie viel me eigenlijk steeds tegen … tot ik in april 2024 mijn huidige houten Lugger voor het eerst zag. Een goed onderhouden boot die voornamelijk in een garage gestald was. De reden voor de verkoop was dat de eigenaar op een zekere leeftijd was gekomen. Met pijn in het hart werd de boot te koop aangeboden. In de bouwopdracht staat vermeld dat de Drascombe-werf een boot moest bouwen waar de opdrachtgever trots op kon zijn. En terecht, de boot is uitgevoerd in mahonie, teak, iroko en watervast hechthout, verder alle beslag in brons. Bijzonder aan de zeilvoering is het gaffelzeil.
Na aankoop enkele modificaties aangebracht, o.a. de één pk elektrische motor vervangen door de drie pk ePropulsion motor. Ik wil zo weinig mogelijk motoren maar uit veiligheidsoverwegingen vind ik het wel fijn dat ik in noodgevallen snel van koers kan veranderen. Een tweede wens was het aanbrengen van de een kluiver. Dit was een moei klusje afgelopen winter.
Vanuit de werf is een handige slaapvoorziening aangebracht met een goed uitgedachte stouwmogelijkheid. Een door mij aangeschafte simpele tent zorgt voor een ruime, comfortabele slaapaccommodatie.
Omdat ze met haar latijnzeil op een Faloeka lijkt hebben we dit bootje Faloekalike genoemd.
Het casco hebben we ergens in het westland gevonden, het was ooit een zeilboot van onbekende origine en omgebouwd tot motorboot.
We hebben met een kettingzaag alles boven het potdeksel afgezaagd en daarna is Wieke Reemer, die timmerman is en botenbouwer, begonnen met het inlijmen van een nieuw binnenwerk met een zwaardkastje etc. De rolbankjes zijn gemaakt van oude skate wieltjes, de roeispanen zijn ook zelf ontworpen en gebouwd.
Het tuig is gemaakt van bamboe in een A vorm waartussen (ook van bamboe) een 9 meter lange spriet gevoerd werd met verschillende zeilen afhankelijk van de windkracht. Die A vorm kon je naar voren en achteren trimmen. Het grootste zeil was 33 mtr2.
Tijdens de raid zijn we aangevaren door een Cornish Coble (volgens Hans Vandersmisse) waardoor er een gat in de boeg is gekomen. Daarna werd de naam Cobles Prey ( Cobles prooi).
De GEERTJE is een Fries boatsje gebouwd in 1928 in Veenwoudsterwal. Tineke en Sybren doen ook wel eens in de Geertje met een evenement mee. Zeilen gaat niet supersnel maar je kunt er wel met twee paar riemen in roeien.
Sybren heeft erin leren zeilen en zijn vader ook al, die kreeg het boatsje op zijn zestiende in 1936. Sindsdien hebben er al vele generatie neefjes en nichtjes ook mee leren zeilen en roeien. Met een fok, grootzeil en twee zwaarden heb je alles wat ook op een grote boot thuis hoort maar dan op kindermaat. Omdat het spriettuigje nogal aan de kleine kant is kan de Geertje alle stormen aan.
De Wabberwyn, voorheen Haewyk, is gebouwd in 1920 en is een Fryske Boerepream (nr. 32) van ca. 9 meter lang.
OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Een Fryske Boerepream is een platbodem die veel lijkt op een skûtsje, maar kleiner is en geen afgedekte laadruimte heeft. De praam werd in Friesland gebruikt voor het transport van goederen in de kleinste vaarten en slootjes naar afgelegen boerderijen, daar waar een skûtsje niet meer kon varen. Een uitgebreid wegennet bestond toen niet. De goederen waren onder meer levensmiddelen, melk(bussen), kleinvee, hooi, bagger en stront. Vooral de kleinere pramen van 9 meter waren geschikt voor het vervoer van hooi. In het Fries Scheepvaart Museum in Sneek is een model van een Fryske Boerepream te bezichtigen.
De Wabberwyn heeft dienst gedaan in de Haewyk, een inmiddels gedempte vaart aan het Heeger Meer, die toegang bood aan de hoeve Haewyk. De vaarten naar afgelegen boerderijen werden gedempt toen er meer wegen werden aangelegd. Met het dempen van de Haewyk is ook de Wabberwyn onder een dikke laag aarde begraven en pas decennia later weer opgegraven. Daarna heeft Wabberwyn dienst gedaan als woonbootje nabij het Heeger Meer.
In de negentiger jaren is het woonbootje door Fedde Mulder opgeknapt en in een staat teruggebracht zoals het nu is. Fedde heeft haar de naam ‘Haewyk’ gegeven naar de gelijknamige vaart en hoeve aan het Heeger Meer. Fedde verkocht de praam aan Camping en Jachthaven De Lutsmond in Balk. Daar heeft zij enkele jaren dienst gedaan in de verhuur. In 2012 is zij aangekocht door Jan de Rooij en Inge La Rivière. Zij hebben de Haewyk omgedoopt tot ‘Wabberwyn’, niet wetende van de geschiedenis van de praam en de naamkeuze door Fedde.
De Wabberwyn is een originele Fryske Boerepream. Zij draagt nummer 32 en is geregistreerd bij de Vereniging Fryske Boerepream. Deze vereniging komt voort uit de op 4 april 1996 opgerichte Stichting ‘De Fryske Boerepream’, die op 28 oktober 2002 is omgezet in een vereniging met dezelfde naam. Indien met de Wabberwyn wordt deelgenomen aan de door de vereniging georganiseerde zeilcompetitie moet de praam voldoen aan de klassevoorschriften. Indien niet met wedstrijdzeilen wordt meegevaren past zij in de recreatieklasse. Aan deze recreatieklasse kunnen alle pramen deelnemen. De enige voorwaarde is dat het een originele (geklonken) Friese Boerenpraam is. Vooralsnog worden er met de Wabberwyn geen wedstrijden gevaren binnen de Fryske Boerepream vereniging. De praam wordt wel zo veel mogelijk in originele staat behouden en onderhouden, waarbij de klassevoorschriften van de vereniging leidend zijn.
Met de Wabberwyn beleven we veel avonturen. We zeilen, jagen en (vaar)bomen en sinds enkele jaren is de Wabberwyn voorzien van 6 roeiriemen. We ontdekken met onze praam de kleinste slootjes, zolang het maar 2 meter breed en 30 cm diep is, en stilste plekjes. We varen met name in Noordwest Overijssel, Friesland, Reeuwijkse plassen en voorheen ook op de Neder-Rijn nabij onze vorige woonplaats Wijk bij Duurstede, en op tussenliggende wateren. De thuishaven van de Wabberwyn is vanaf 2019 Ronduite.