De nieuwste bootportretten zie je hier.
…
Zelf een bootportret insturen? Na je aanmelding krijg je een persoonlijke email van de beheerder met het verzoek om een beschrijving, 2-3 afbeeldingen van minimaal 1MB te sturen. Laat ook weten waarom je voor deze boot gekozen hebt!
Behalve naam of voornaam plaatsen we geen persoonsgegevens.
Omdat ze met haar latijnzeil op een Faloeka lijkt hebben we dit bootje Faloekalike genoemd.
Het casco hebben we ergens in het westland gevonden, het was ooit een zeilboot van onbekende origine en omgebouwd tot motorboot.
We hebben met een kettingzaag alles boven het potdeksel afgezaagd en daarna is Wieke Reemer, die timmerman is en botenbouwer, begonnen met het inlijmen van een nieuw binnenwerk met een zwaardkastje etc. De rolbankjes zijn gemaakt van oude skate wieltjes, de roeispanen zijn ook zelf ontworpen en gebouwd.
Het tuig is gemaakt van bamboe in een A vorm waartussen (ook van bamboe) een 9 meter lange spriet gevoerd werd met verschillende zeilen afhankelijk van de windkracht. Die A vorm kon je naar voren en achteren trimmen. Het grootste zeil was 33 mtr2.
Tijdens de raid zijn we aangevaren door een Cornish Coble (volgens Hans Vandersmisse) waardoor er een gat in de boeg is gekomen. Daarna werd de naam Cobles Prey ( Cobles prooi).
De Macgregor kano, genaamd “Ra-va-vite” , is uitgevoerd met een mast, maar er kan ook nog een tweede mastje ingestoken worden.
De lengte van de romp is 477 cm, de breedte ongeveer 90 cm. De romp is opgebouwd uit stroken van mahonie hechthout. De stroken zijn met de hand uit drie houtplaten gezaagd en over de hele lengte gelijmd met epoxy. Het geheel is verrassend sterk geworden. Het roer wordt bediend door middel van twee voetpedalen.Tijdens het zeilen wordt gebruik gemaakt met een los hangend zwaardje. Bij de aankoop van de tekening waren de mallen inbegrepen waarop de kano is gebouwd. De boot is in zes maanden gereed gekomen in vrije uurtjes.
Geen leven zonder bootjes. Ik heb er een aantal gehad o.a. een traditionele houten zeilcanadees, een varend woonschip en een gemotoriseerde schippersvlet. Na een periode zonder boot, was ik al weer een paar jaar erg gecharmeerd van de punter. Een paar keer gehuurd en er ook meerdaags mee op pad geweest, maar zo’n houten boot zou ik nooit kopen, want daar heb je veel werk aan…!
Liefde maakt echter blind. Dus sinds oktober 2017 ben ik in het bezit van deze bijna traditioneel gebouwde zeepunter, ondanks eerdere uitspraken. En ik heb er veel werk aan..! Vooral door jaren achterstallig onderhoud. Ik hoop de boot ieder jaar een beetje beter te maken. En ik vind het heerlijk om te doen.
De KP81 is gebouwd door Wildeboer in Giethoorn in 1993. Naar verluid voor een eigenaar die haar in Harlingen legde om er de Waddenzee mee te bevaren. Al na een paar jaar naar Kampen gehaald, waar ze nog steeds haar thuishaven heeft.
Lengte 7,8 m, breedte: 2,2 m, diepgang 0,3 m
De zeepunter is een zeer veelzijdige boot. Misschien wel het oudste type raid-boot dat er nog in Nederland rondvaart. Op veel manieren voort te bewegen en groot genoeg om met 4 volwassenen onder de dektent te overnachten. Heel robuust, eenvoudig van opzet, functioneel, makkelijk alleen te varen en ook prima met het hele gezin.
Als ik een bootje bouw (zo eens in de 10 jaar) dan wil ik er niet te lang over doen. Daarom heet mijn boot ‘Hatseflats’. De naam is ook een verwijzing naar het boottype: een vlet. Of wat de Fransen een ‘norwegian pram’ noemen.
In 2016 besloot ik een bootje te bouwen voor langere tochten. Soms alleen, soms samen. Het bootje moest groot genoeg zijn om op te slapen, en klein genoeg om in je eentje te beheersen. In december 2016 besloot ik dat het een vlet moest worden. Makkelijk te bouwen en redelijk zeewaardig, vooral voor de wind. In januari 2017 ging ik met een eerste model naar zeilmaker Frank van Zoest om een tuig uit te zoeken. Nadat ik Frank opdracht had gegeven om een Tirrik zeil te maken, ging ik verder met ontwerpen achter de computer.
In april 2017 was ik klaar met het ontwerp. De afmetingen waren 4.5m bij 1.5m, zodat ik de boot in de garage kon bouwen. Het gewicht van de lege boot met tuig is ca 150 kg. De maximale waterverplaatsing is 450 kg (boot met uitrusting + 2 zeilers + kampeeruitrusting).
In augustus begon ik met de bouw. Het casco was net klaar voor 1 december 2017. Tijdens de wintermaanden werkte ik aan de kleinere onderdelen zoals de kuipinrichting, roer en zwaard, mastvoet etc. In april kon ik de boot eindelijk afbouwen en eind mei was de Hatseflats gelakt en kon ik beginnen aan het afmonteren.
Begin juni 2018 ging de Hatseflats voor het eerst te water. Toen ik eenmaal gewend was aan het loggerzeil begon de pret. Eerst de Raid NL waarbij we met 4 boten in 5 dagen 180 km aflegden van Aduarderzijl naar de Beulakerwijde. Daarna de Elfvaarwegentocht waarbij ik kennismaakte met Natuurlijk Varen. Vervolgens kamperen met de boot op het Lauwersmeer, Loosdrechtse plassen en de Raid Extreme op 1 september. De Dorestad 2018 was een hoogtepunt, bekroond met de ‘Pride of the Fleet’ prijs.
De Hatseflats is een ruime boot waarin je voldoende proviand en kampeerspullen voor 2 personen kunt meenemen. Het is een levendige boot die het aan de wind redelijk goed doet. Op ruimere koersen is de Hatseflats snel, zeker als er wat meer wind staat.
Meer informatie over het bouwen en zeilen van de Hatseflats vind je op mijn blog
Materiaal: romp woodcore glasvezel versterkt epoxy, afgewerkt met 2 comp. DD lak; kuip mahonie, geconserveerd in epoxy, afgelakt met vernis.
De Silent Nell is een echte zeil- en roeiboot, ook geschikt om te motoren. In alle gevallen loopt ze licht en snel. Een beauty op het water en ook nog eens uiterst doordacht ontworpen. Ze is in een handomdraai op- en af te tuigen, er kan snel van roeien naar zeilen worden gewisseld en andersom. Naar wens kan nog een fok worden toegevoegd. Roeien kan op twee posities, met lichte carbon riemen. Ze heeft een ruime kuip met langsbanken, en bergruimtes onder voor- en achterdek. Die ruimtes doen ook dienst als drijflichamen. Een handlenspomp is ingebouwd. Onder de banken kunnen het zeiltuig (giek, ra en zeil) en de riemen handig weggeborgen worden. In de kuip een gesloten zwaardkast met ophaalbaar zwaard. Het roer is eveneens ophaalbaar. In de haven of op de trailer is de mast (precies even lang als de boot) de steun voor het dekzeil. Ze is uiteraard makkelijk trailerbaar.
Mijn vorige boot was Dreamtime. Die heb ik verkocht, en nu ben ik eigenaar van Dragonfly. Dat is een Drascombe coaster, ietsje groter dan Dreamtime, met overnachtingsruimte. Vorig jaar heb ik motorloos rond gevaren.
Nu heb ik een electrobuitenboordmotor, anders mag je op veel plaatsen niet komen. Ik heb gezeild van Dordrecht naar Krimpen zonder motor, maar achteraf bleek dat ik in overtreding was, de motor moest standby staan. Dat de roeier altijd standby staat telde niet. Nu kunnen wij met een gerust hart overal komen.
Een ruwe schets is op een avond aan de keukentafel ontstaan op een A-4tje. De basis voor het idee van dit model is een combinatie van de Cornish crabber en de Noorse snekke. Wel al duidelijk dat er dubbele zwaarden (kimzwaarden) worden toegepast om ruimte in de kuip te winnen.
Het moet een stoere, robuuste creatie worden met een elegante uitstraling. Daarnaast moet de boot voldoen aan de aanvullende ‘eisen’ van mij en mijn echtgenote.
Zoals:
‘Aan huis’ te bouwen (in de werkplaats / garage) met eenvoudige gereedschappen;
Geheel van duurzaam hout cq. Producten;
Makkelijk te traileren; (Geen jachthaven ligplaats in Bilthoven)
Een Raid-boot, dus ook te roeien;
Minimaal twee comfortabele vaste slaapplaatsen;
Geen mast tussen de slaapplaatsen;
Ruime kuip voor vier tot zes volwassen personen;
Stabiel en makkelijk te zeilen;
Met al deze ‘eisen’ heb ik besloten om eerst maar een model (1:5) te creëren, zodat ook mijn echtgenote een beeld krijgt van de te bouwen boot.
In december 2016 gestart met het maken van het rondhout en de voorbereidingen getroffen om tot de bouw van de boot over te gaan. Best wel even goed nadenken of het echt te realiseren is om zonder een beproefd ontwerp aan de gang te gaan.
De kimzwaarden zijn dynamisch gemonteerd, zodat deze zonder bouten en moeren te demonteren uitneembaar zijn. De hoek van de kimzwaarden is 4 graden afwijkend ten opzichte van de kiel om een betere ‘sporing’ te krijgen.
Om de stabiliteit te verhogen heb ik de kielbalk naar het achterschip toe dieper laten steken en doodhout toegepast om de aansluiting naar het roer vloeiender te laten verlopen.
De permanente roef biedt plaats aan twee slaapplaatsen en extra opbergruimte. Om geen obstakel tussen de slaapplaatsen te hebben (eis van mijn echtgenote) moet de mast op een verantwoorde wijze ondersteund worden.
Afmetingen
LOA: 6,52 m; LOW: 6,42 m
Breedte: 2,11 m
Diepgang: 0,25 / 0,95 m.
Zeilopp: 16 m2.
Gewicht: ca 350 kg
In augustus 2017 is de eerste proefvaart uitgevoerd, zonder de tuigage. Ik was heel benieuwd of de bedoelde waterlijn ook bewaarheid werd. Dit bleek zo, er zat geen centimeter verschil in.
Elf II zeilklaar gemaakt om mee te doen aan de Dorestad raid medio september.
Met een beetje creativiteit en doorzettingsvermogen is een geheel eigen boot te bouwen die voldoet aan de persoonlijke eisen / wensen van de ‘opvarenden’ zonder een tekening en/of pakket tegen een redelijke ‘kostprijs’ en ongeveer 850 uur werk.
De ‘Odenbach’ is een door mij zelf gebouwde en ontworpen houten boot, een jol van 5 meter die sinds 2015 in de vaart is. In 2017 de ‘Morbihan’ ermee gevaren. Winnaar juryprijs en publieksprijs ABBA 2016.
De Viola 14 is een zeilboot met de afmetingen van een kano (425cm lang en 100cm breed), echter met het onderwaterschip van een moderne dinghy. Dat betekent dus een asymmetrische romp met een relatief brede en vlakke achterkant, waardoor de stabiliteit behoorlijk is voor zo’n smalle boot en het meer zeil kan dragen dan op het eerste gezicht misschien verstandig lijkt.
De boot is door Michael Storer ontworpen, dezelfde ontwerper als van onze Goat Island Skiff GISwerk. Michael heb ik benaderd met de wens voor een leuke sportieve en heel lichte zeilboot die gemakkelijk op het autodak vervoerd kon worden (de romp weegt volledig afgemonteerd net onder de 35kg). Een inspiratiebron was de Aquamuse canoe, maar het ontwerp heeft eigenlijk met deze boot (en ook met de bekende Solway Dory Fulmar zeilkano) alleen de hoofdafmetingen van de romp gemeen.
Er is gekozen voor een steekzwaard vanwege de betere hydrodynamische eigenschappen t.o.v. het bij zeilkano’s meer gebruikelijke zijzwaard. Het zwaard kan een stukje gekanteld worden in de zwaardkast. Doordat het lateraal punt hierdoor iets veranderd kan worden, is de trim zeer goed te beïnvloeden en zijn er behoorlijk wat opties beschikbaar om de boot te tuigen.
Uiteindelijk zijn er 3 tuigjes specifiek voor de boot getekend:
Een modern doorgelat mylar fathead zeil van 4.7m2
Een modern doorgelat mylar fathead zeil van 6.0m2
Een loggerzeil van 6.3m2
Het eerste tuigje op de boot was het 4.7m2 zeil. Een perfecte match voor de boot om sportief te varen, zeker bij zwaar weer of een lichte bemanning. Voor de iets zwaardere stuurman-/vrouw kwam er een tweede doorgelat fathead zeil om dezelfde zeilsensatie te geven. Beide zeilen gebruiken rondhouten van standaard aluminium buis waarbij alleen de topmast wordt verwisseld.
Tenslotte is er nog een loggerzeil voor de boot getekend van 6.3m2 met een drietal reven voor degenen die een klassiek tuig op de boot willen of, zoals ik, die met de boot tourtochten willen maken. Het loggerzeil is gemakkelijk te reven en de mast naar beneden te strijken. De ra en de giek zijn gemaakt van een standaard 490cm lange carbon windsurfmast.
Een dergelijk smalle boot laat zich uiteraard niet goed roeien. Derhalve wordt de boot gepeddeld (enkelbladspeddel en dubbelbladspeddel) indien er niet gezeild kan worden.
Joukje is een aluminium expeditiebootje van 6.65. Ze is nog lang niet af, maar gelukkig al wel zover dat erin gezeild kan worden op de wateren rond Terschelling. Het meedoen aan raids – expedities – is nog toekomstmuziek, maar wel een doel. De nadruk van het ontwerp ligt echter op zeilen, niet zozeer op roeien of wrikken.
Het ontwerp, Schylinger 22 geheten, is een samenwerking van Arend Lambrechtsen en Harm Reinders. Harm was verantwoordelijk voor het basisontwerp, Arend voor het reken-, en tekenwerk en samen hebben ze details uitgewerkt en de puntjes op de I gezet tijdens gedenkwaardige praatsessies met veel sterke koffie. Het eerste casco is door Innovaar (Albert Idzinga) in elkaar gelast en de afbouw en het tuigen wordt door Harm in eigen beheer gedaan. Het is onbekend wanneer ze helemaal klaar zal zijn, maar het maken van de reis is minstens zo leuk als de bestemming….
Er was een aantal (min of meer harde) uitgangspunten bij het ontwerp: