De nieuwste bootportretten zie je hier.
…
Zelf een bootportret insturen? Na je aanmelding krijg je een persoonlijke email van de beheerder met het verzoek om een beschrijving, 2-3 afbeeldingen van minimaal 1MB te sturen. Laat ook weten waarom je voor deze boot gekozen hebt!
Behalve naam of voornaam plaatsen we geen persoonsgegevens.
Het ontwerp van deze kajak komt uit de VS. De rechte latjes zijn vurenhout, de ribben zijn van essenhout, met stoom gebogen.
Daarna is het geraamte met dacron doek bespannen. Dit doek komt ook uit de VS. Het kan krimpen als het verwarmd wordt met een föhn of een strijkbout. Toen het gereed was, hebben wij het gelakt met jachtlak om het volledig waterdicht te maken. Het was een heel leuk project in de winter van 2014-2015. Sinds die tijd vaar ik zeer regelmatig, zomer en winter in de omgeving van Alkmaar en de Zaanstreek.
In het augustusnummer 2013 van het maandblad Zeilen las ik een artikel over een vleugelzeil ontwikkeld door Ilan Gonen onder de naam Omer Wingsail. Dit vond ik dermate interessant, dat ik mij verder verdiepte in dit type zeil, te beginnen op de website www.omerwingsail.com
Daarna diverse constructies bedacht om het door Gonen geconstrueerde zeil te vertalen naar een handzaam formaat geschikt voor een kleine boot. Dit heeft geresulteerd tot het uitrusten van een GWS Schouw met het prototype van een in dacron doek uitgevoerd vleugelzeil. Het bootje kreeg de naam Flerk.
Hoog rendement: volgens Ilan Gonen presteert een vleugelzeil met 70% van het oppervlak aan de wind en halve wind hetzelfde als een normaal Bermuda tuig. Dit heeft tot gevolg dat er een gebrek is aan vierkante meters doek op een voordewindse koers hetgeen Gonen oplost door het hijsen van een genakker. Bij het vleugelzeil op de GWS ws* heb ik het voordewindse zeiloppervlak kunnen uitbreiden door het toepassen van 2 gieken die het voor de vleugelvorm noodzakelijke dubbele doek kunnen uitvouwen. Ook de A vormige mast van het Omer wingsail heb ik niet overgenomen. De gekozen uitvoering met enkele mast en draaibare ribben in de “neus” van de vleugel is volgens mij goedkoper, efficiënter en gemakkelijker te bedienen. Bovendien biedt deze constructie nog het voordeel dat er een twist in de neus kan worden getrimd.
Gemakkelijke bediening: de bediening van het vleugelzeil t.o.v. een standaardzeil is een stuk eenvoudiger. Kenmerkende voordelen: Het gehele tuig wordt gehesen met één val. Het omvormen van het zeilprofiel van bijv. bakboord naar stuurboord gaat door het losgooien van de bakboords- en met weinig kracht aantrekken van de stuurboords bedieningslijn voor de stand van de “neus”. Het gehele tuig is vrij draaibaar rond de mast. Daardoor is het erg gemakkelijk de windvang te verminderen en het zeil met alle windrichtingen te kunnen hijsen, strijken en reven. Enig nadeel geven de noodzakelijke diagonale zeillatten in de top van het zeil, die bij het opbergen van het zeil steeds uitgenomen moeten worden.
Lage kosten: de kosten zijn laag gehouden door het toepassen van gewone materialen zoals dacron, PVC, multiplex en roestvrij staal AISI 304. Bovendien ben ik gesponsord door UK – De Vries Sails en Jaring v.d. Veen heeft het houtwerk voor zijn rekening genomen. Zowel de Vries Sails als Jaring v.d. Veen hebben hun bijdrage geleverd in het proces van tekentafel tot praktijk.
Het vleugelzeil in de praktijk: de eerste proefvaarten van de tweede week in september 2016 zijn bijzonder geslaagd. Naar mijn mening presteert het tuig bij alle windrichtingen en windsoorten zeer goed en van loef- of lijgierigheid is niets te bespeuren. De beperkingen qua rompvorm en gewicht van de GWS schouw in acht nemende, had ik het gevoel te beschikken over een snel en gemakkelijk te bedienen zeilbootje. (Redactie: de Flerk was inderdaad onverslaanbaar voor de wind!)
Sloep Johanna Becker, voorgenomen deelnemer Dorestad 2016
Degene van wie ik het sloepje kocht vertelde dat het afkomstig was van een zeegaand zeilschip. Er zit nog een plaatje op van de Bremer SEEBERUFSGHENOSSENSCHAFT nr 9473.
Er waren 2 -voor mij onhanteerbare- roeiriemen bij en een stuk of 6 zinken luchtkasten. Een goede kennis van ons wil met de boot gaan vissen op de Workumer (Strontrace) visserijdagen en maakt de riemen weer comlpeet (is de bedoeling). De luchtkasten heb ik uiteindelijk toch maar bij de metaalrecycling gebracht.
In 2001 woonden mijn vrouw en ik net in It Heidenskip. Zij is er geboren en ik ben er in 1961 op een van mijn eerste zeilvakanties (16 kwadraat, 4 klasgenoten van een jaar of 17, dektent, 2 primussen en een edammerkaas) voor het eerst geweest (overnachten in het hofmeer).
In 2001 heerste er ook mond en klauwzeer, o.a. in Friesland, waar we achter in het weiland aan het Zandmeer kwamen te wonen. Wij hadden voor ons werk een tijdelijk onderkomen bij een boer in Diever, Drenthe. Het zou dus kunnen gebeuren dat we t.g.v. de mkz niet in Diever en/of niet in It Heidenskip bij ons onderkomen zouden kunnen komen, of er zouden komen vastzitten.
Op een zaterdag zochten we dus een eenvoudig (plastic) bootje om in ieder geval over water bij ons onderkomen in Frieland weg te kunnen zonder door de weilanden te hoeven.
De prijs/kwaliteit verhouding van nieuw plastic vonden we bedroevend. Een schouw van Piersma in Heeg viel buiten de begroting (maar hij had wèl een stalen roeiboot liggen + bbmotor, en die viel binnen de begroting). Op de terugweg even via Gaastmeer gereden.. Liefde op het eerste gezicht.) Boer Visser vertelde dat hij door geduldig masseerwerk de sloep uiteindelijk had kunnen kopen en er een steekmast en een emmerzeiltje met fok op had gezet en het bootje ook verder had opgeknapt. Helaas hielden zijn dochters meer van paardrijden dan van zeilen.
Bij nadere inspectie door Frederik Heerlien bleken het gangboord en de spiegel aan revisie toe. Mij beviel de steekmast niet. Daar is bij Heerlien klassieke schepen dus aan gewerkt. Verder lieten we er een dektent bij maken. Die is inmiddels behoorlijk ‘gaar’. Niettemin heb ik al met al 4 nachten in de boot geslapen (voordat de doft uitneembaar was!). Romantisch, maar niet echt comfortabel.
In 2008 sloeg er tijdens een storm een gat in de romp. Verzekering dekte de schade. Door zelf mee te werken konden, begin 2009, de meeste spanten en 2 gangen worden vernieuwd (Heerlien klassieke schepen, foto DSCN2112). Toen heb ik ook een behoorlijke buikdenning gemaakt en één doft van een uitneembare constructie voorzien.
Op het ogenblik pieker ik nog over een nieuw roer dat beter gecombineerd kan worden met een -elektrische- buitenboord motor. Ik wil de motor normaal met de schroef uit het water, maar hij moet wel vlot beschikbaar zijn zonder achterom te kijken en dan ook niet in de weg zitten voor het roer. Met de standaard constructie lukt dat niet.
Dit vond ik op de site [http://www.marhisdata.nl/printschip.php?id=3249]: Date/Name Ship 1863-08-00 JOHANNA Manager: J.H. Becker & Co., Elsfleth, Germany Owner: J.H. Becker & Co., Elsfleth, Germany Shareholder: Homeport / Flag: Elsfleth / Germany Callsign: NCVK.
Llafurio is a Bay Raider (BR20) built by Swallow Boats of Wales in 2007. Length 6.05m, beam 2.05m with Glass-Fibre Reinforced Epoxy (GRE) hull – slightly unusual, as most Bay Raiders are of GRP or Epoxy Plywood construction. I have owned her since 2014 and she spends much of her time by the river Thames near Henley, not sailing but for river trips under motor, and travels away on her trailer for occasional sailing trips and raids. She has four crew for this event, all members of the Henley Whalers, some of whom have taken part in previous Dorestad raids and are looking forward to returning.
Kleine Tri is een “double outrigger” naar een ontwerp van Bernd Kohler (die onder andere ook de “Zeeman” van Henk van de Velde heeft ontworpen).
De boot is 4 meter 60 lang, weegt ongeveer 100 kg en heeft een sunfish zeil van 7 m2.
Ik was al een tijdje op zoek naar een bootje voor spelevaren en Waddenzee tochten toen ik een youtubefilmpje zag met Bernd in zijn prototype Little Tri. Het leek me meteen heel geschikt en ik heb de eerste set bouwtekeningen gekocht.
Mijn trimaran is begin 2015 in het water gegaan. Ik heb er al veel plezier van gehad.
In praktijk blijkt het een makkelijk te zeilen, redelijk snelle boot – zolang je niet te hoog aan de wind moet varen.
Bij geen wind of manoeuvreerruimte gebruik ik een wrikriem. De boot is tijdens het wrikken behoorlijk windgevoelig (waait snel opzij), dus ik hoop niet te veel te harde tegenwind te krijgen.
Meedoen aan een kleine bootjes tocht is een lang gekoesterde wens, en die lijkt nu in 2016 uit te gaan komen.
Elf zoals de boot is genoemd, is een Caledonian maar geen Yawl aangezien het steunzeil (de druil) ontbreekt. De boot is gebouwd naar ontwerp en tekening van Iain Oughtred als mijn tweede bootproject in de garage naast het huis in de periode juni 2014 – mei 2015.
De tekeningen zijn hoofdzakelijk gebruikt om de romp en het rondhout te maken. Zoals het betaamd heeft elke botenbouwer de neiging eigenwijs te zijn en het ‘interieur’ naar eigen keuze en inzicht in te richten.
In mijn geval heb ik gekozen voor een gaffelgetuigde boot waarbij de mast meer naar achteren is komen te staan met het gevolg dat het grootzeil kleiner werd en de fok een slag groter is geworden. Om meer ruimte in de kuip te krijgen heb ik in plaats van een midzwaard twee kimzwaarden toegepast (afgekeken van Bert van Baar).
Bij de eerste proefvaart bleek een van de zwaardkasten niet geheel waterdicht!
De doop van Elf heeft plaats gevonden tijdens de Dorestad raid 2015 in de buurt van Akkrum.
Tijdens de raid zijn tal van bruikbare verbeterpunten genoteerd, mede dankzij betrokken deelnemende Raiders.
De eerste ervaring van en met Elf zijn positief uitgevallen en ik kijk uit naar een volgende raid.
Met dank aan Frank van Zoest die naast het zeilpakket, zeer bruikbare tips heeft gegeven voor de assemblage en afwerking van de zeilen.
Met dank aan de fotografen Sara en Eliane die prachtige foto’s maakten van Elf tijdens de Dorestad raid.