Categorie: bootportretten

De nieuwste bootportretten zie je hier.

Zelf een bootportret insturen? Na je aanmelding krijg je een persoonlijke email van de beheerder met het verzoek om een beschrijving, 2-3 afbeeldingen van minimaal 1MB te sturen. Laat ook weten waarom je voor deze boot gekozen hebt!
Behalve naam of voornaam plaatsen we geen persoonsgegevens.

  • Viking raider ‘Prototype’

    Viking raider ‘Prototype’

    Voor deelname aan de Dorestad Raid 2019 heb ik het prototype van de door Hoora Heeg gebouwde Viking Raider weten te bemachtigen. In de fotoboeken van de Dorestad Raid staat de boot al eens afgebeeld tijdens een van de eerste raids. Deze boot is een kopie van een door Hanus
    Jensen van het Viking Museum in Roskilde gebouwde boot.

    https://www.vikingeskibsmuseet.dk/en/professions/education/boats-storage/viking-raider/

    Mijn boot is sandwich gebouwd in schuim,glasweefsel en epoxy, en twee componenten PU geverfd. Het roer en zwaard zijn van de latere productieboot, gemaakt van kunststof.

    Tijdens mijn eerste (en enige) proefvaart voor de Raid bleek ik constant met de helmstok en schoot in de knoop te zitten, daarom heb ik die vervangen door een zogenaamd Noors Roer (trek en duw helmstok). Dat voldeed prima. Er zijn voor twee roeiposities wedstrijddollen
    gemonteerd op uitklapbare aluminium outriggertjes. Dat werkt in praktijk heel handig om de riemen binnenboord te klappen tijden het zeilen.

    Joost Engelen was zo vriendelijk mij zijn logger zeil van zijn Viola kano te lenen. Die past qua zeilpunt wel bij de boot, maar qua oppervlak was het wat aan de kleine kant. Een goed te roeien en zeilen boot, sierlijk en mooi, maar toch ga ik proberen hem weer te verkopen omdat ik meer plezier  heb in spelevaren met mijn `zeepkist met rioolbuis` Kleine Tri trimaran.

    Hans van der Zijpp

  • Viola 14

    Viola 14

    De Viola 14 is een zeilboot met de afmetingen van een kano (425cm lang en 100cm breed), echter met het onderwaterschip van een moderne dinghy. Dat betekent dus een asymmetrische romp met een relatief brede en vlakke achterkant, waardoor de stabiliteit behoorlijk is voor zo’n smalle boot en het meer zeil kan dragen dan op het eerste gezicht misschien verstandig lijkt.

    De boot is door Michael Storer ontworpen, dezelfde ontwerper als van onze Goat Island Skiff GISwerk. Michael heb ik benaderd met de wens voor een leuke sportieve en heel lichte zeilboot die gemakkelijk op het autodak vervoerd kon worden (de romp weegt volledig afgemonteerd net onder de 35kg). Een inspiratiebron was de Aquamuse canoe, maar het ontwerp heeft eigenlijk met deze boot (en ook met de bekende Solway Dory Fulmar zeilkano) alleen de hoofdafmetingen van de romp gemeen.

    Er is gekozen voor een steekzwaard vanwege de betere hydrodynamische eigenschappen t.o.v. het bij zeilkano’s meer gebruikelijke zijzwaard. Het zwaard kan een stukje gekanteld worden in de zwaardkast. Doordat het lateraal punt hierdoor iets veranderd kan worden, is de trim zeer goed te beïnvloeden en zijn er behoorlijk wat opties beschikbaar om de boot te tuigen.

    Uiteindelijk zijn er 3 tuigjes specifiek voor de boot getekend:

    • Een modern doorgelat mylar fathead zeil van 4.7m2
    • Een modern doorgelat mylar fathead zeil van 6.0m2
    • Een loggerzeil van 6.3m2

    Het eerste tuigje op de boot was het 4.7m2 zeil. Een perfecte match voor de boot om sportief te varen, zeker bij zwaar weer of een lichte bemanning. Voor de iets zwaardere stuurman-/vrouw kwam er een tweede doorgelat fathead zeil om dezelfde zeilsensatie te geven. Beide zeilen gebruiken rondhouten van standaard aluminium buis waarbij alleen de topmast wordt verwisseld.

    Tenslotte is er nog een loggerzeil voor de boot getekend van 6.3m2 met een drietal reven voor degenen die een klassiek tuig op de boot willen of, zoals ik, die met de boot tourtochten willen maken. Het loggerzeil is gemakkelijk te reven en de mast naar beneden te strijken. De ra en de giek zijn gemaakt van een standaard 490cm lange carbon windsurfmast.

    Een dergelijk smalle boot laat zich uiteraard niet goed roeien. Derhalve wordt de boot gepeddeld (enkelbladspeddel en dubbelbladspeddel) indien er niet gezeild kan worden.

    Joost Engelen

  • Vlet ‘Hatseflats’

    Vlet ‘Hatseflats’

    Als ik een bootje bouw (zo eens in de 10 jaar) dan wil ik er niet te lang over doen. Daarom heet mijn boot ‘Hatseflats’. De naam is ook een verwijzing naar het boottype: een vlet. Of wat de Fransen een ‘norwegian pram’ noemen.

    In 2016 besloot ik een bootje te bouwen voor langere tochten. Soms alleen, soms samen. Het bootje moest groot genoeg zijn om op te slapen, en klein genoeg om in je eentje te beheersen.
    In december 2016 besloot ik dat het een vlet moest worden. Makkelijk te bouwen en redelijk zeewaardig, vooral voor de wind.
    In januari 2017 ging ik met een eerste model naar zeilmaker Frank van Zoest om een tuig uit te zoeken. Nadat ik Frank opdracht had gegeven om een Tirrik zeil te maken, ging ik verder met ontwerpen achter de computer.

    In april 2017 was ik klaar met het ontwerp. De afmetingen waren 4.5m bij 1.5m, zodat ik de boot in de garage kon bouwen. Het gewicht van de lege boot met tuig is ca 150 kg. De maximale waterverplaatsing is 450 kg (boot met uitrusting + 2 zeilers + kampeeruitrusting).

    In augustus begon ik met de bouw. Het casco was net klaar voor 1 december 2017. Tijdens de wintermaanden werkte ik aan de kleinere onderdelen zoals de kuipinrichting, roer en zwaard, mastvoet etc.
    In april kon ik de boot eindelijk afbouwen en eind mei was de Hatseflats gelakt en kon ik beginnen aan het afmonteren.

    Begin juni 2018 ging de Hatseflats voor het eerst te water.
    Toen ik eenmaal gewend was aan het loggerzeil begon de pret.
    Eerst de Raid NL waarbij we met 4 boten in 5 dagen 180 km aflegden van Aduarderzijl naar de Beulakerwijde. Daarna de Elfvaarwegentocht waarbij ik kennismaakte met Natuurlijk Varen. Vervolgens kamperen met de boot op het Lauwersmeer, Loosdrechtse plassen en de Raid Extreme op 1 september. De Dorestad 2018 was een hoogtepunt, bekroond met de ‘Pride of the Fleet’ prijs.

    De Hatseflats is een ruime boot waarin je voldoende proviand en kampeerspullen voor 2 personen kunt meenemen. Het is een levendige boot die het aan de wind redelijk goed doet. Op ruimere koersen is de Hatseflats snel, zeker als er wat meer wind staat.

    Meer informatie over het bouwen en zeilen van de Hatseflats vind je op mijn blog

    Hubert Bakker

  • Volante ‘H.M. Cornelia’

    Volante ‘H.M. Cornelia’

    Dit is een Volante. Zie ook Noman’s Land Boat ‘Time and Tide’.

    foto 3 Volante
    foto 4 Volante
  • Waddenjol ‘Lucia’

    Waddenjol ‘Lucia’

    DSC_0521

    15 jaar geleden gingen we met de kinderen die nog klein waren, 4 en 7 jaar, op vakantie met een Zeepunter. We zeilden vanuit Giethoorn naar Enkhuizen, naar Texel, Harlingen, Vlieland en terug, meestal zeilend, soms roeiend, alles zonder motor, en we sliepen onder een tent. De boot was geleend en ik wilde ook zoiets, maar liefst in een moderne constructie. Ik tekende een overnaadse boot met brede gangen waarbij ik uitging van Joel White’s Shellback Dinghy en Klaas Bes, bevriend jachtarchitect, strookte de boot na en rekende een en ander uit. Ondertussen besloten we dat we voorlopig beter af waren met een andere boot en het project lag jarenlang stil. We zeilden achtereenvolgens met een Nienke, een kiel/midzwaardboot waarmee we een tijd in de Middellandse Zee verbleven: Het was een leuke boot om mee naar vanaf het Lauwersmeer naar Schiermonnikoog te zeilen, daar droog te vallen, ijsjes te eten in het dorp, kortom een prima waddenboot maar wel wat bedaagd.   In de tussentijd bedacht dat ik waarschijnlijk vooral alleen of met mijn vrouw zou zeilen en dat de bijna 7 meter lange boot wel iets korter kon. Klaas verkleinde de boot en nu is ze 5,4 m lang, 1,6m breed en steekt ze 15 cm. Waterverplaatsing 360 kg De gangen zijn gemaakt van 6 mm okoume multiplex en de bodem van 8 mm, de spiegel, het steekzwaard (tijdelijk, binnenkort hopelijk een draaiend zwaard) en de zwaardkast van 12 mm berken multiplex, niet direct duurzaam maar het zit in de epoxy. Het roer komt van een oude OK Jol, het zeil is het zelfde als Iain Oughtred’s NessYawl zeil, gemaakt in crèmekleurig dacron, en voorzien van drie diepe reven. De mast is een polyester vlaggenmast, licht, stijf en goedkoop. Giek en ra zijn van Oregon Pine en Inlands Grenen. Het andere hout is Inlands Douglas en Grenen. De buitensteven is Essen, in vrij dikke latten verlijmd. Het meeste massieve hout komt van André Ligthart Schenk die dit over had van de Hoogaars die hij onlangs bouwde.

    Ze zeilt goed, en door het ontbreken van kielbalk en scheg draait ze heel snel. Dat betekent wel dat her roer er altijd aan moet zitten tijdens het roeien: Mogelijk zet ik er nog een scheg aan.

    Afgelopen zomer zeilden we met de boot op het Paterswoldse Meer, en geleidelijk verbeterde ik de tuigage: Ik installeerde een reguleerlijn om de ra te trimmen en een schootklem van een oud Waarscheepje waarmee het vaarcomfort enorm steeg, afgezien van die keer dat de boot na door de wind gaan doordraaide, het zeil vol viel en er 300 l water binnen stroomde voor ik de schoot kon losgooien. Maar we sloegen niet om, ik heb een goede beschermengel.

    Ik wil met de boot meedoen aan Raids, naar Schiermonnikoog en verder wordt hij voor het sloepenroeiteam uit mijn straat ingezet.

    Frank van Zoest

    DSC_0493
    DSC_0306
    DSC_0463
  • Westlander Drieling ‘Marie’

    Westlander Drieling ‘Marie’

    Marie aan IJsselstrandje

    De Marie is een Westlander drieling.

    De bouwer is vermoedelijk van Waveren uit De Lier geweest en ze zal ergens tussen 1920 en 1930 gebouwd zijn. Toen werden nieuwe westlanders al niet meer van hout, maar van ijzer gemaakt, maar nog wel met behoud van de oorspronkelijke vormen.

    Zie ook film

    De Westlanders waren specifiek voor het gebruik in het Westland, maar door hun geringe diepgang, kruiphoogte en breedte ook populair voor het varen rond en in de polders van Zuid-Holland.

    De toevoeging drieling slaat waarschijnlijk op het laadvermogen, dat is ongeveer 3/4 van een standaard westlander schuit. De drieling is niet opgeboeid, waardoor het schip lichter is en in nog ondieper water kan komen. Veel drielingen waren dan ook in bezit van de tuinders om hun waren van de tuin naar de veiling te brengen. En dat gebeurde heel lang zonder motor! Maar of de bemanning destijds het natuurlijk varen altijd een warm hart toedroeg, betwijfel ik.

    Omdat het schip zo laag is, hebben we zeilend al heel gauw het water op het dek staan. Voordeel van de lage en grote dekken is dat het schip makkelijk te hanteren is. Je kan bijna overal goed staan en je hebt ook de ruimte. Voor het overnachten zijn we aangewezen op het ruim. Conform de Westlander traditie is het ruim opgehoogd met houten schotten de “hoge last” Dit vanwege de mogelijkheid een lichte en kwetsbare maar volumineuze lading toch onder de luiken te kunnen vervoeren. De hoge last is gedekt met luiken en een kleed en daaronder kan je goed kamperen, zij het dat de hoogte zeer beperkt is: net voldoende om op de vlonders te kunnen zitten.   Met een eenvoudige kampeeruitrusting er in vinden wij, dat we de meest optimale binnenwater platbodem hebben, die er bestaat.

    Er staat een echte tuindersmotor in: een ca. 50 jaar oude, 1 cilinder, hand gestarte, luchtgekoelde, diesel , die dusdanig veel lawaai en trillingen maakt dat we bij voorkeur natuurlijk varen, vooral zeilen.

    Met de Marie hebben we meerdere keren meegedaan aan de Turfrace (Warmond Vinkeveen v.v.) en de Midden Delfland race (Schipluiden) waarbij er alleen gezeild of met spierkracht voortbewogen mag worden. Van deze wedstrijden heb ik heel veel geleerd over het schipperen met een dergelijk schip. De Dorestad raid lijkt me daarom de perfecte entourage om de oude schipperskunst verder te leren verstaan.

    Ton Gerritsen

    Marie in klein sluisje
  • Whaler ‘Molly’

    Whaler ‘Molly’

    Molly

    Een hedendaagse versie van een Amerikaanse Whaler, met als thuishaven Henley on Thames. Deelnemer Dorestad raid 2010. Zie ook hun website.

    Hieronder een foto van een originele Whaler, gezien in de nederzetting Haberton, nabij Ushuaia, Zuid Argentinië, op de reis met de Bark Europa naar Antartica. Dirk Branbergen, 2012.

    IMG_8972
  • Willy von Tat

    Willy von Tat

    Als deelnemer van het eerste uur een door en door ontwikkelde raidboot, excelleert op alle gebieden! Beat Willy en Wuptem and you beat them all…..

    DSC_0146
    DSC_0159
    Willy segelt!
  • Windsprint ‘Kaatje’

    Windsprint ‘Kaatje’

    IMG_0162

    Wij hebben in 2013 een jachtje gebouwd. Het is een Windsprint. Ca. 4,90 x 1,40 mtr.

    De ontwerper is Bolger. Het is een hechthouten zeiljachtje met de zwaardkast aan bakboordzijde aan de binnenkant. De holle mast heeft geen stagen en draagt een loggerzeil.

    Cees Koelemeijer (in 2017 verkocht)

  • Wyldsjitter ‘Tjirk’

    Wyldsjitter ‘Tjirk’

    Dit bootje is een zgn. ‘Wyldsjitter’ (wildschieter) voor de ganzen- of eendenjacht. Samen met zijn vrouw en soms een andere opstapper roeide Willem in drie maanden van Sneek, via de Maas, Saonne en Rhone naar de Middellandse zee. De 177e lezing van hem hierover was op de goed bezochte winterbijeenkomst van februari 2013 van de Stichting Natuurlijk Varen. Zie verslag en zijn complete logboek onder ‘Geschiedenis‘. Hieronder het verhaal over de boot:

    De wyldsjitter (Wildschieter) is een eikenhouten Fries jachtbootje. Het vlak is plat en de zijkanten bestaan uit twee brede planken, die overnaads tegen elkaar liggen. Op dwarsdoorsnede lijkt het op een schouw, maar naar voren en achteren loopt het rond uit zoals bij een tjotter. Het bevat een vaste roeibank met een uitsparing waar een steekmastje in gezet kan worden, waaraan een sprietzeiltje gehesen kan worden. Om verlijeren te voorkomen is er een zwaard, dat aan de lijzijde gehangen wordt. Dit betekent, dat het omgehangen wordt, als men door de wind gaat. In de boeg zit links en rechts een gleuf, waar een ganzenroer in gelegd kan worden, dat gebruikt werd voor de eenden- of ganzenjacht. Achterin is plaats voor een los bankje voor een tweede roeier. Met ruime wind werd gezeild, in andere gevallen geroeid. De diepgang is ongeveer tien centimeter. Het is dus zeer geschikt voor ondiep water en kan bovendien gemakkelijk over dammen gesleept worden. Ons bootje is drie meter en vijf en zeventig centimeter lang en een meter en twintig centimeter breed. Het komt ongeveer twintig centimeter boven het wateroppervlak uit. Voor de roeibank stuwen we het grootste deel van onze bagage. Het is overdekt door een zeiltje. Achterin bevindt zich het zogenaamde huisje, een overdekt gedeelte met een afschuifbaar deksel, waarin ook nog wat spullen gestouwd kunnen worden. Voor de liefhebber: in het Fries scheepvaartmuseum te Sneek is een wyldsjitter te bezichtigen voorzien van ganzenroer en lokeenden.