Het weer was prima in het weekend van 18-19 october. Zaterdag ZO3 met een zonnetje en zondag bewolkt maar wel ZO4!
De formule van een DCA meeting is onbekommerd met elkaar opvaren op een afgesproken vaarwater. Hubert en Joost zeilden met de Hatseflats, Henk en Heike met de Magnes, Marcel met zijn mooie Acorn Skiff, Nomdo met de Grote Optimist en Albert en Rene met de Post Boat ‘Sassy Lassie’. Koos moest verstek laten gaan wegens grieperigheid maar kwam met Bert wel naar De Lantaarn in Dokkum voor de befaamde kipsaté schotel.
Er staat een verslagje op het DCA forum en op Huberts blog.
Hier alvast wat foto’s van een schitterend weekend:
De Dorestad raid behoort een uitdaging te zijn. Hans Vandersmissen heeft het immers bedacht als eerbetoon aan de Vikingen, die op wind- en spierkracht Dorestad, Wijk bij Duurstede, wisten te bereiken – en nog veel meer kustplaatsen – om te handelen en te roven. Handelen en roven doen wij bij Natuurlijk Varen niet meer. Wij moeten ervoor betalen. Maar varen doen we wel!
De weergoden moeten wel meewerken. Dat doen ze niet altijd, we hebben in het verleden tochten gehad van alle dagen windstilte. Maar nu hebben ze het beter begrepen – we hadden vrijwel alle dagen lekker harde wind waar je soms nauwelijks tegenin kon roeien en waartegen kruisend zeilen ook niet altijd makkelijk was. Dat was een uitdaging voor het fysieke gestel, soms ook wel voor het mentale doorzettingsvermogen, en voor het materiaal, waar zwakke plekken soms zichtbaar werden. Maar iedereen heeft het gered, soms dan wel met hulp van de gemotoriseerde bezemboot, het moet uiteindelijk voor iedereen wel leuk blijven.
Mooi was de algemene enthousiaste stemming, ook van de buitenlanders, nu vooral Fransen en Zwitsers, die zo’n vaargebied met afwisselend meren, kanalen, rivieren en al dan niet vaste bruggen niet zo kennen. Velen kregen meer vertrouwen in hun kunnen en in hun boot en gaan nu verder klussen aan verbeteringen en zwakke plekken. Op bijgaande foto’s en in de films (links hierboven) de beelden met meer of minder wind. (Dirk Branbergen)
De laatste keer dat ik had geroeid was ik negen en op avontuur in de grachten van Delft, in een opblaasboot, type Apollo, die mijn ouders met zegeltjes van de Albert Heyn hadden gespaard.
Nu zat ik vloekend en tierend in mijn Tirrik, mijn nek verdraaiend om te zien waar ik heen moest, met om de haverklap een roeispaan vast in een onderwaterkerstboom of met boot en al vast in het riet. Wat was er ook al weer leuk aan natuurlijk varen?
De dag was heerlijk begonnen met een gezamenlijke start op het meer voor de camping, waarna al snel in een regenbui de wind wegviel en voor het eerst de roeiriemen buiten boord moesten. Zo op het meer is dat niet moeilijk en het zeilpak, dat ik van een vriend had mogen lenen onder voorwaarde dat ik hem niet zou teruggeven, hield mij aardig droog. Even later stopte de regen, stak een fijne wind op en kon er heerlijk gezeild worden. Lekker opkruisen, dat begint aardig te lukken, maar de achterstand die ik op het roeirak had opgelopen haalde ik er niet mee in.
Bij Workum was het uit met de zeilpret, daar werd het kanaal te smal en de bruggen te laag en vond ik mezelf dus vloekend terug in het riet. Daarvoor was ik dwars door een enorme Friesland-Campina fabriek gepeddeld, met overhangende leidingen en een stroompje koelwater dat in de sloot werd geloosd. De fabriek is gelukkig niet geëxplodeerd tijdens mijn passage, maar de spanning was er niet minder om nu ik weet dat in die enorme tanks geen karnemelk of yoghurt zit, maar zoutzuur en/of salpeterzuur. Waarom was ik hier ook al weer?
Na een halve dag roeien, want zo lang leek het, kon het zeil weer op richting de Fluessen. Ruime wind en een reefje erin, want het was tijd om bij te komen met pistachenoten en (alcoholvrij) bier.
Wat is zeilen toch heerlijk! Met mijn grootschoot in de klem en het roer op de wrijvingsstand heb ik de handen vrij om de pistachenoten te doppen, en om even te zwaaien naar Hubert, die me vlak daarvoor nog de juiste kant van een eiland op had gestuurd en nu een alternatieve route had gevonden. Dus op zoek naar de Yntemasleat. Die begon op een soort vijfsprong. Gelukkig kon ik de weg vragen aan twee wedstrijdroeiers die me tegemoet kwamen. Ik hoorde ze denken: “Als je niet weet waar je bent, wat doe je dan hier?” Maar dan op z’n Fries.
Terug op de Brekken werd ik tegemoet gevaren door Cockie, zodat ik onder begeleiding weer terug kwam op de camping. Dat, en het gejuich vanaf de kant, waar ongeveer iedereen al was, gaf de bikkeltocht een feestelijke afsluiting.
Mijn roeiriemen zijn te kort, de dollen te groot en bovendien van plastic. De deskundigen waren genadeloos over mijn in elkaar geflanste roei set-up. Maar boeien, ik kwam voor het zeilen, toch? September Sail heet het evenement tenslotte. Nou dat lag subtieler, want op de tweede dag werd weer een traject voorgesteld door een paar schitterende slootjes, waarbij bij voorbaat al vast stond dat ik die toch niet kon zien, want ik kijk achteruit en dan voornamelijk naar de zijkant om daar niet tegenaan te varen.
Door een toevallige speling van het lot voer ik vóór de supersonische raceboot van Josien (een unieke ervaring, vóór haar te varen) en die zat net zo hard te vechten met het riet en de waterplanten, maar dat ging niet zichtbaar ten koste van haar humeur. Ook de noodstop die ze moest maken omdat ik mij met volle snelheid in het riet had geboord nam ze lachend op. Dat het daarbij onophoudelijk regende maakte het tafereel eigenlijk soort-van grappig. Een stuk of tien worstelende bootjes met daarin volledig verzopen bemanning die dit voor hun kennelijke plezier deden.
Eenmal op het Gaastermeer kon het zeil weer omhoog en in een mooie combinatie van wind en regen kwam ons flottielje aan in een pittoresk vissersdorpje, dat verwarrend genoeg ook Gaastermeer heet. Alles zat dicht, maar dat wisten we vooraf. Josien was ons – toen ze mij eenmaal voorbij kon – vooruit geracet en had voor iedereen broodjes paling geregeld bij een gesloten visboer.
Langzaam ging het kwartje rollen, heel zachtjes maar beslist. Er zijn dingen die vooral leuk zijn om achteraf te vertellen. Ontberingen, blunders, inschattingsfouten, ze doen het prima bij het kampvuur. Maar als het nou eens lukt van die ontberingen niet achteraf, maar tijdens het moment zelf te genieten? Dus lachen om de regen en het gebrek aan wind, accepteren dat je tijdens het roeien de verkeerde kant op kijkt. Alleen dan kun je zorgeloos genieten van het broodje paling dat je in je zeiknatte zeilpak in de stromende regen onder het afdakje van het publieke toilet staat te verorberen. Het is even schakelen maar het kan gewoon.
Na het broodje de terugvaart naar de camping. Prachtig, die zwerm kleine zeilbootjes op het Gaastermeer. En dat ik daarbij hoorde. Daar deed ik het voor.
Na het opdraaien van de Brekken had ik het inmiddels zo koud in mijn doorweekte zeilpak dat ik ernstig begon te rillen. Dat is foute boel want we moesten nog een dik uur, dus – geheel tegen mijn natuur – het zeil gestreken en de zo verfoeide roeispanen naar buiten gestoken. Ik zou mezelf even warmroeien en wel zo kort mogelijk.
Tot mijn verbazing kwam er al snel een soort ritme in. Waar ik voorheen om de vijf slagen in het riet zat of met één roeispaan een noodcorrectie moest maken, kon ik nu op de brede sloot voluit roeien. “Dit is minder irritant zeg” veranderde ongemerkt in “hee dit is leuk!” Met een ongekende 4,2 km/h op de GPS plopte ik voorwaarts en kon ik zelfs een voor mij varend bootje bijhouden.
Na een dik kwartier had ik mezelf warmgeroeid kon het zeil weer gehesen worden. Geholpen door een vrolijke playlist stond ik voorzichtig op het ritme mee te bewegen om niet weer af te koelen. Zo had ik niet eerder gezeild, vrolijk swingend in de boot, fris maar niet te koud, doorweekt maar gelukkig. Het kwartje was gevallen.
Van de Apollo rubberboot kan ik me niet veel meer herinneren, maar dat ik het roeien zelf leuk zou gaan vinden is een onverwachte uitkomst van deze “sail”. Nu nog op zoek naar de juiste roeispanen, betere dollen. En oh-ja, een waterdicht zeilpak.
Pollus
Met mijn nieuwe vrienden in Gaastmeer in de regen. Foto Josien
Camping De Bearshoeke was our base camp during the first September Sail organized by Natuurlijk Varen. Pierre-Yves and Caroline from Switzerland were the first to arrive with their Aber ‘Incognito’. Anton from Germany sadly couldn’t make it due to car trouble. Hans and Margreet arrived with the Weerlicht and Herman and Eliane arrived early for some last trials before the christening of their new home-built Welsford Longsteps. On Sunday the other participants settled in. It was the first Natuurlijk Varen event for Diederik (Sooty Tern), Pollus (Tirrik) and Jan (Swampscott Dory). At 1700 hours we all joined the christening of the new Zeezwaluw of Herman and Eliane. Many of Herman’s helpers had come over as well. It was a festive afternoon and a good time to admire the new boat.
The christening of the new Zeezwaluw. Photo KlarieScreenshot
The weather forecast for Monday was sunny and SW2 veering to W3. When we left the Oudegaaster Brekken the water was flat with hardly any wind. Halfway through the morning the wind increased a little. Getting from Workum to the Kleine Wiske was hot and tiresome. With so many bridges rowing was better. Hubert found out the hard way and lost his GPS overboard when hoisting his sail for the 10th time in a row (it was later found under the floorboard). Once we got to the Nije Feart we started sailing again and the real reward was the stretch from the Swarte Walde all the way along the Fluessen. Hatseflats with Hubert and Klarie and Jan and his Swampscott Dory arrived well after sunset and were greeted with applause and a hot meal.
Screenshot
Tuesday was very different with a force 3 and rain. Marlies had prepared a shorter trip to the village of Gaastmeer and a visit to Andries van Netten for a sandwich with smoked eel.
The open boats took a short route along a canoe track while yachts Weerlicht and Jewell took a longer route to Gaastmeer. Despite the rain it was good sailing and we were in good spirits. Josien bought sandwiches with smoked eel for all of us which we enjoyed standing in the rain in front of the public lavatory. On the return trip our sailing gear couldn’t handle the rain anymore and we got soaked to the bones. Back at the Bearshoeke we had a good borrel in the recreation room at the camp site and shared drinks snacks and meals while we left our wet clothing to dry.
Wednesday we packed up after breakfast with half of our fleet preparing to join the Dorestad Raid (after buying some ‘heavy duty’ oilies from Guy Cotten in Heeg).
It was a very nice event, and many thanks to Marlies for organizing. And welcome to our new friends Diederik, Pollus and Jan!
Ypke goes sailing. Photo Cockie Henk en Heike in Magnes. Photo Cockie. Meisje Loos. Photo Cockie Joost at the helm. Photo Marlies Jewell at the Bearshoeke. Photo Heike Henk and Bengt at the beach. Photo Heike. Diederik and Flott. Photo Caroline Jan and Swampscott Dory. Photo Caroline Pollus and Tirrik. Photo Cockie Sunset at Oudega. Photo Cockie Weerlicht pulling away. Photo Caroline Paddling to the Sanmar. Photo Cockie Meisje lacht. Photo Cockie Rowing Hatseflats. Photo Cockie. The new Zeezwaluw of Herman and Eliane. Photo Cockie Lunch with smoked eel sandwiches. Photo Josien
“Vrijdag 15 augustus, 12:00 uur, Jachthaven Hunzegat in Zoutkamp”. Dit was alle informatie in de uitnodigingsmail die ik had ontvangen nadat ik een berichtje naar de website natuurlijkvaren.nl had gestuurd. En neem zelf eten, drinken en een tentje mee. Spannend!
Als beginnend zeiler, sinds een jaar in het bezit van de aluminium Tirrik die jullie vermoedelijk allemaal op Marktplaats hebben zien staan, snakte ik naar soortgenoten, zeilers met eenvoudige, kleine bootjes. In Friesland waar ik afgelopen jaar zeilde dobberen vooral poenige drijfcampers, in de schaduw waarvan het slecht overnachten is, zeker als daar grootfamilies of feestende jongeren op zitten. Ik was dus ernstig op zoek naar een kudde kleine bootjes, net zo als Youtube maar dan niet in Bretagne, Australië of de Chesapeake Bay.
Ik had dus beet met dat korte mailtje en wakker van de voorpret heb ik de trailer met bootje uit de stalling opgepikt, google maps gestart en ben ik op pad gegaan naar het Lauwersmeer. Wat zou ik aantreffen?
Daar aangekomen bleek er zich een diverse groep deelnemers te hebben verzameld. Voor zover ik kon zien bestond de vloot uit drie echt kleine bootjes, drie jachtjes (in de betekenis van “met overdekte slaapplaats”) en de Zeefier, een stoere sloep die blijkbaar het moederschip van de raid was. Er krioelden een man of 20 rond waarvan ik geen idee had wie bij welk bootje hoorde, maar de sfeer was gemoedelijk en tijdens het welkomstpraatje (heet zoiets een palaver?) werd al snel duidelijk dat het organisatieniveau tot het absolute minimum beperkt was gebleven. “Welkom, we vertrekken over een uurtje, we stoppen op het eiland. Vanavond kook je zelf, morgen gaan we eten in Lauwersoog en zondag gaan we weer terug. Succes en veel plezier!”
“Het Eiland” bleek een minuscuul stipje op de kaart te zijn en mijn plan was gewoon de rest van de vloot te volgen.
Nou is opkruisen met een lugsail nog niet mijn sterkste punt en omdat we de hele reis tegenwind zouden hebben maakte ik me op voor een uitgebreide oefensessie. Mijn buitenboordmotor had ik thuisgelaten want kom op, natuurlijk varen! Ik zou vooral mezelf eens laten zien wat ik kon. Nou dat heb ik geweten.
Les 1: de kanaalmarkering op het Reitdiep is niet een vaarsuggestie voor diepstekende jachten, het is een keiharde grens waarachter het zwaard zich in de keileem vastboort, waardoor er plotseling een scharnierpunt ontstaat en de boot zich als een windhaan omdraait. De verkeerde kant op.
Het volgen van de andere bootjes bleek een abstractie te zijn. De werkelijkheid was dat ik ze bij de Zoutkamperril al uit het oog verloren had. Dat was ook de plek waar achter de bomen de wind wegviel, les 1 zich aandiende en toen ik eindelijk de bocht voorbij was en werd geconfronteerd met de volle noordenwind en bijbehorende golfslag begon ik toch serieus te twijfelen aan hoe verstandig mijn inschrijving aan deze raid eigenlijk was geweest. Was dit niet een tandje boven mijn vaardigheid?
Achter mij zag ik de Krab opkruisen en ver daarachter de Zeefier, dus dat gaf mij enige kans op redding mocht ik het niet meer trekken. Verder hoopte ik dat de Krab mij zou inhalen zodat ik wist waar ik naar toe moest want ergens ver weg in het groen moest een ingang naar het slootje zijn waar “Het Eiland” zou liggen. Helaas bleef de Krab achter en ging, als ik mijn kaart moest geloven, plotseling een heel andere kant op.
Les 2: weet echt waar je heen moet en denk niet “dat zie ik onderweg wel”, want de wind, de golven, een zeiknatte kaart, vermoeidheid en onervarenheid maken het kaartlezen tot een uitdaging, zeker als je niet goed hebt bestudeerd waar het land begint en wat op de kaart nog ondiep water is. “Hee deze twee boeien staan op het land, dat is raar…”.
Na de vertwijfelde kaartpuzzel was de conclusie: opkruisen richting de groene oever, rechterkant aanhouden. Nooit voorbij de rode boeien varen (zie les 1) en dan moet de opening vanzelf opdoemen. Hop en gaan! En wat zag ik daar in de verte: een lichtblauw bootje met een wit zeil, die heen en weer varend plotseling in het niets verdween. Daar ergens moest de ingang zijn!
Die ingang bleek een redelijk breed water met de rode en groene boeien verdacht dicht bij elkaar. Ik ben blijkbaar hardleers want ik denk dat ik zeker drie keer de windhaanrotatie heb gemaakt met het klapzwaard keihard in de bodem. Dan is het snel het zwaard intrekken, gijpen en dan mag ik de laatste twee kruisslagen weer opnieuw doen.
Dit was het moment waarop ik – als ik mijn buitenboordmotor bij me had – de moed had opgegeven en met hangende pootjes zou komen aanpruttelen, dan maar onder luid hoongelach binnenvaren. Maar nee, dat zat er niet in, ik moest gewoon door. Voor de achthonderdste keer vaart maken, schoot aantrekken, oploeven… Het ging, maar nog niet fantastisch.
Eindelijk! Een aantal masten staken boven de bomen uit, de laatste bocht was in zicht en jawel! Daar lag het lichtblauwe bootje! Iemand zwaaide! Ik had het gehaald! Er was nog net plek voor mijn bootje maar voordat ik aan land kon moest er eerst voedsel in mijn systeem. Zwijgend, zeiknat en met trillende armen vorkte ik mijn maaltijdsalade naar binnen. Die was eigenlijk bedoeld voordat ik de overtocht zou maken maar die was ik door de spanning vergeten. Eenmaal voorzien van de benodigde koolhydraten begon een mild gevoel van trots zich over mij te spoelen. Ja, ik was de laatste, maar het was geen wedstrijd en ik had het gehaald!”
“Je neerhouder staat te ver naar achteren, je zeil staat volgens mij niet goed” zei Henk. Hij wees het aan. Ah de downhaul. Tuurlijk. Zeilschool Youtube heeft mij nooit de Nederlandse termen aangeleerd. Henk had net zijn mast naar beneden zien komen omdat een bevestigingsbalkje afbrak en dacht al na over de reparatie. “Morgen roei ik terug en dan lijm ik dit en dat weer daaraan… Balen? nee hoor, dit hoort bij het avontuur van het zeilen…” Wat een held. En dus oog voor mijn zeilstand. Ik kreeg inderdaad een foute plooi er niet uit en het enige dat Youtube adviseerde was de downhaul harder aantrekken, maar mijn giek stond al bijna krom.
De volgende dag, toen Henk inmiddels terug aan het roeien was, bleek dat de gouden tip te zijn, want met de downhaul op de juiste plek was die plooi er uit en ik kon ook met het zeil aan de “goede kant” (de kant waarbij het zeil niet tegen de mast aanligt) eindelijk fatsoenlijk oploeven. Dat was voorheen niet te doen, waardoor ik me voortdurend afvroeg waarom ze de goede kant niet de foute kant noemen.
Les 3 was dus zeiltrim, de waardevolle tip van een collegazeiler. Op Youtube is alles te vinden over de Bermuda Rigging, maar hoe je een lugsail trimt? Daarvoor ben je toch aangewezen op ervaringsdeskundigen.
Op “Het Eiland” was alleen plaats voor onze vier kleinste bootjes, de grotere schepen lagen verderop en toen daar plek ontstond had niemand op het kleineboteneiland meer zin/puf om de (dek)tent op te breken en te verkassen. Dus na een paar biertjes en wat mooie verhalen was het tijd om af te taaien voor een zeer wel verdiende nachtrust.
De volgende ochtend verzamelden we ons op het groteboteneiland en toen bleek welk feest we daar hadden gemist. Met gitaarspel, een bluesmuzikant en een mooi vuur. Gelukkig was er vanavond gelegenheid voor een herkansing.
De opdracht voor de zaterdag was simpel. Vanmiddag om vijf uur verzamelen aan de noordsteiger in Lauwersmeer om dan gezamenlijk te eten bij het visrestaurant aan de waddenkant van de dijk. Marlies, de schipper van het lichtblauwe bootje met het witte zeil vond het een veilig idee als wij als twee kleine bootjes samen de overtocht zouden maken. Ik vond dat een prima plan, want het werd weer een dag bikkelen: opkruisen, maar nu echt het Lauwersmeer op dus met nog meer golven. En ik wist van de vorige dag al dat ik haar niet zomaar bij kon houden.
Ik vermoedde dat zij rondjes om mij heen zou gaan varen en inderdaad, toen ik haar in de verte toch even kwijt was kwam ze me achterop. “Je zit te ver naar achteren, ga eens meer in het midden zitten want de boot hangt te diep en dat kost je snelheid.” Marlies had jarenlang zeilles gegeven en kon mijn beginnersfouten blijkbaar niet meer aanzien, of ze was het rondjesvaren zat. Tot mijn grote vreugde kon ik haar toen inderdaad veel beter bijhouden. Ze liep nog wel uit maar niet meer uit zicht. Zitpositie is belangrijk, dat was dus les 4 van deze raid.
Eenmaal in Lauwersoog aangekomen bleek ik niet tegen de wind de haven in te kunnen roeien. De haveningang had een brede opening en de noordenwind tunnelde daar vol door. Als het roeien even goed ging stond de GPS op 0, als het even minder ging 1,1 km/uur, maar dan achteruit. Net toen ik wilde opgeven om dan maar snel naar binnen te kruisen voordat iemand zou roepen dat dat niet mocht, stopte een motorbootje met de vraag of ik een sleepje wilde. Nou graag!
De zon scheen, achter de dijk lagen de boten in de luwte dus een middagdutje was een welkome besteding van de tijd. En uiteraard een uitvoerig gebruik van de havenfaciliteiten want iets van sanitair op de Marekriteplekjes blijft een felgekoesterde fantasie.
Iets voor vijf uur was iedereen binnen en konden we genieten van een heerlijke vismaaltijd. Ik had een lekkerbekje en dat was meteen de beste van het seizoen.
En toen moesten we nog terug!
Voor het eerst dit weekeinde met de wind in de rug! Dead downwind was volgens de gezamenlijke experts geen goed idee (wist ik veel door welke oog van de naald ik herhaaldelijk gekropen was) maar met ruime wind zigzaggend was het een feest. Marlies maakte keurige stormrondjes maar ik viel stil bij de eerste poging dus heb toen verder maar rucksichtlos gegijpt. Daarbij niet omgeslagen en niks kapot gemaakt dus ik noem dat een succes. Als beloning zag ik de gigantische zeearend recht boven ons vliegen. Ik nog wijzen maar niemand keek.
Terug op het groteboteneiland was het tijd voor kampvuur, bier en verhalen. De esoterische klanken van een Japanse blokfluit (als die anders heet, insert name here…) mengde sfeervol met de invallende avond en de rook van het kampvuur hield de meeste muggen weg. Het potje Deet dat met de borrelnootjes werd doorgegeven hielp daar ook bij. Naar mate de avond vorderde werd de sterrenhemel indrukwekkender en werden de gesprekken interessanter. Het was een monumentale afsluiting van de dag, maar uiteindelijk vielen de ogen onverbiddelijk toe.
Zondagochtend. Hoor ik dat goed? Regendruppels op de tent? Inderdaad. Snel tussen de buien door ontbeten, de tent zo droog mogelijk ingepakt en rond tien uur vertrokken, de twee kleinste bootjes weer gezamenlijk op pad. Een heerlijk tocht het Lauwersmeer over en het Reitdiep in, daar waar we de afgelopen dagen tegen de elementen moesten opboksen. Nauwelijks buiswater, niet aan de grond gelopen en na anderhalf uur keurig droog in Zoutkamp afgemeerd. Daar stond Henk ons op te wachten, hij had inmiddels zijn gebroken masthouder gerepareerd en dat stond nu allemaal te drogen, op tijd klaar voor de volgende tocht.
Dit was mijn eerste raid. Veel geleerd, veel gelachen, mezelf uitgedaagd en uitgescholden, maar het was meer, veel meer dan waar ik op gehoopt had. Wijze lessen, gezelligheid, kameraadschap. Ik vind het heerlijk een paar gelijkgestemde watersporters gevonden te hebben. Ik voel me er wel bij thuis.
2025 – Het Skûtsjemuseum in Eernewoude puilde 9 februari uit van oude en nieuwe natuurlijkvaarders. En daartussen de gastheren en -vrouwen van het museum, Age Veldboom en vrijwilligers, die ons met zichtbaar plezier verwelkomden. En een Age in vorm – en dat was hij – dat is genieten.
Ook op deze winterbijeenkomst de wereldpremiere van de film van Koos van de Dorestad raid 2024 – geweldig hergenieten!
De Stichting Natuurlijk Varen en de Dorestad raid zijn in het leven geroepen en in leven gehouden door onder meer Hans Vandersmissen en door de jachtbouwers Arend Lambrechtsen en Bart Jan Bats. In 2005 is de eerste Dorestad raid gehouden. Hans Vandersmissen is in oktober 2009 onverwachts overleden.
In 2012 heeft een groep enthousiaste Raiders de organisatie op verzoek van Arend en Bart Jan overgenomen.
Dag 1 – Driewegsluis – Marrekriteplek bij kruising Tsjonger-Broeresloot ten westen van het Tjeukemeer via de Linde en de Tsjonger (25km) Dag 2 – Marrekriteplek bij kruising Tsjonger-Broeresloot – Terkaplester Poelen via de Tsjonger, Engelenvaart, Heerenveenster Kanaal en het Akkrumer Rak (25km) Dag 3 – Terkaplester Poelen – Suderburds Wijd via de Meinesloot, De Greft, Peanster Ee, Modderige Bol, Kromme Ee en de Sitebuerster Ee (20km) Dag 4 – Suderburds Wijd – Akkrum via het Pikmeer, Kromme Grou en Kromme Knilles (12km)
2024 NW-Overijssel, Deventer – Driewegsluis 20ste Dorestad raid, daarom herhaling van de eerste tocht.
Dag 1 – Deventer (overnachting in de Zandweerdhaven) naar Zwolle (overnachting in de Noorderkolk) via de IJssel, het Zwolle-IJsselkanaal en het Zwarte Water Dag 2 – Zwolle (Noorderkolk) naar Beulakerwijde (overnachting op het meer) via het Zwarte Water, Arembergergracht, Oostelijke Wetering, Schutsloterwijde en Belterwijde Dag 3 – Beulakerwijde naar Ossenzijl (overnachting in het Kanaal Steenwijk-Ossenzijl) via de Walengracht, Giethoornsche Meer, Roomsloot en Kalenbergergrach Dag 4 – Ossenzijl naar Driewegsluis via de Ossenzijlersloot en de Linde
2023 Friesland, Oude Venen, zie kaartjes Dag 1: Meinesloot – Wijde Ee Dag 2: Wijde Ee – Langdeel Dag 3: Himpens Wielen – Smalle Eesterzanding Dag 4: Smalle Eesterzanding – Burgemermeer
2021 Friesland, Heeg: Voor de tweede keer rondtochten vanaf een vaste standplaats (Z’eiland Heegermeer, Heeg) i.v.m. Coronamaatregelen. Als accommodatie zowel de In Dubio als de kampeerboerderij. Vier tochten vanaf Heeg:
1. Rondtocht over het Heegermeer, de Yntemasloot, het Grote Gaastmeer, het Zandmeer, Gruns, Flakke Brekken, Ringwiel, Zandmeer, Grote Gaastmeer, It Piel en het Heegemeer. 2. Rondtocht over de Weisloot, de Idzegaasterpoel, de kanoroute “Ringweilgreft”, de Oudegaaster Brekken, het Sipkemeer, het Rietmeer, de Westhemster Opvaart, de Wiijmerts/Bolswarder zeilvaart, de Wijde Wijmerts en de Jeltesloot. 3. Rondtocht via de Jeltesloot, de Wijde Wijmerts, Draai, de Geeuw, de Woudvaart, de Witte Brekken, de Zwarte Brekken, Zoolsloot, de Nauwer Wijmerts, Tjerkesloot, de Ripervaart, de Weinsloot, de Wijde Wijmerts en de Jeltesloot.r 4. Kortere afsluitende rondtocht over de Jeltesloot, het Koevoordermeer, De Welle, de Nauwe Wijmerts en de Jeltesloot.
2020 Friesland, Heeg: Ivm de Corona pandemie alle dagen vanaf de vaste ligplaats van de In Dubio, het Z’eiland in Heeg. Vier tochten: 1. (donderdag) Heegermeer – Gaastmeer – Grote Gaastmeer – Ringwiel – kanoroute Ringwielgreft – Idzegaaster Poel – Heeg. 2. (vrijdag) Woudsend – Slotermeer – Balk – retour, of naar keuze: Luts – Fluessen – Heeg. 3. (zaterdag) Jeltesloot – Langweerdervaart – Swarte Brekken – Wijde Wijmerts. 4. (zondag) Weisloot – Idzegaaster Poelen – Rintsiespoel – Palsepoel.
2019Friesland, Akkrum -> Zoutkamp: Akkrum – Paanster Ee – Folkertsloot – Wartena – Leeuwarden – Oudkerk – Bartlehiem – Dokkum – Dokkumer Nieuwezijlen – Zoutkamp (trailers woensdag al naar Zoutkamp).
De beurs van Traditionele Schepen in Willemsoord, den Helder, is door vele natuurlijkvaarders bezocht. Natuurlijk Varen was ook een thema van de zaterdag. In de Stadhuiszaal stonden enkele bootjes van natuurlijk varen, en in een theatervoorstelling werd als premiere de film vertoond waarin de raidbootjes passeerden waar Frank van Zoest in de loop der jaren zeiltjes voor heeft gemaakt. De zeilmakerij ‘Oars and Sail’ is na zijn pensioen nu voortgezet door Marten-Jan Giesing . De film werd live van commentaar voorzien in een uitstekende interviewvorm door de presentator van het theater. Het was een mooie ‘pre-winterbijeenkomst’, wellicht kunnen we daar volgend jaar nog meer bootjes presenteren.
Zie ook het bootportret van het jeugdbootje ‘Maatje’ dat op deze beurs stond, samen met het ‘origineel’ van Gerald de Weerdt.
De start van de Strontrace in Workum is altijd een spektakel: er moet, meestal met skûtsjes, zonder motor Friese goede mest vervoerd worden naar Warmond, en daarna moet er weer teruggevaren worden naar Workum. De start is de maandag van de noordelijke herfstvakantie, meestal komen de eerste schepen de nacht van dinsdag op woensdag weer terug. De start kan spectaculair zijn, vooral bij westenwind. Dan moeten ze vanaf de haven 2 km tegenwinds It Soal (het Zool) voortgejaagd worden. De dijk staat vol mensen, aan wie ook gevraagd wordt te helpen trekken. Nabij de vuurtoren kunnen dan de zeilen gehesen worden en het IJsselmeer bezeild worden. De vuurtoren was lang de woonplaats van Reid, die 51 jaar geleden onder andere de eerste Strontrace bedacht en organiseerde. Vroeger werd de stront/mest uit Friesland naar de bollenstreek gebracht met deze schepen, Reid vond dat die zeilvaardigheid behouden moest blijven en organiseerde daarom onder andere deze Strontrace. Reid overleed in 2020. De Strontrace is een onderdeel van de Visserijdagen van Workum, een week met meerdere leuke evenementen.