Indien er tweeëntwintig overtreffende trappen zouden bestaan in onze taal zou die tweeëntwintigste van toepassing zijn op deze tweeëntwintigste Dorestad raid van 2026.
We zullen het met iets als ‘fantastisch’ moeten doen, waarmee we de sfeer en de afwisseling in varen tekort doen. Zie de foto’s voor de verscheidenheid in raidboten en vaarwaters. En deelnemers: oud gedienden, enkele buitenlanders, een aantal ‘nieuwe’, met wel als bijzonderheid de gebroeders Klijn. Erik had eerder met zijn vader in deze bijzondere boot, de rode Niade, een ‘Bolger Summer Ease’, aan een Dorestad raid meegedaan. Vader is overleden, en nu ten ere van hem voer hij met zijn broer Michiel in dezelfde boot mee.
De wind was deze keer een meer standvastige factor, steeds in de westhoek, meestal Bf 3, maar wel met stevige en soms wat langere vlagen.
Een overzicht van de routes vind je onder de foto’s.
Geweldig, nee, werkelijk fantastisch!
De foto’s zijn van Eliane, Tijn, Dirk en Joost (toegevoegd 18 sept)
English If our language possessed twenty-two degrees of the superlative, the twenty-second one would apply to this twenty-second Dorestad Raid of 2026.
We have to make do with a word like ‘fantastic,’ though that hardly does justice to the atmosphere and the variety of the sailing experience. Just look at the photos to see the diversity of raid boats and waterways. And the participants: veterans, a few international sailors, and a number of newcomers—most notably the Klijn brothers. Erik had previously taken part in a Dorestad Raid with his father in this remarkable boat—the red *Niade*, a ‘Bolger Summer Ease.’ His father has since passed away, and now, in his honor, Erik sailed the same boat alongside his brother Michiel.
This time, the wind was a more constant factor; it stayed in the west, mostly at Force 3, though there were strong and sometimes prolonged gusts.
You can find an overview of the routes below the photos.
Fantastic — no, truly fantastic!
The photos were taken by Eliane, Tijn, Dirk en Joost (added sept 18)
Het exacte verslag van de Dorestad raid – dagen 2026 (Joost)
Friezen hebben het klunen uitgevonden. Hardlopen op schaatsen die daar niet echt voor zijn ontworpen. Hardloopschoenen of simpele gympies zouden veel fijner zijn, maar je doet dat alleen voor het grotere doel: de volgende vastgevroren sloot.
De analogie met zeilen is snel gemaakt. De – in dit geval liefst niet vastgevroren – vaarten en meertjes zijn soms verbonden door smalle watertjes vol lelies, riet en superlage bruggetjes. Je gaat er met je zeilbootje doorheen omdat het moet. Ook hier is er een beter gereedschap denkbaar, bijvoorbeeld een kano of sup, maar je doet het met je zeilboot voor het grotere doel: het volgende ruime water.
Zo niet bij September Sail!
Uiteraard wordt tijdens dit weekeinde heerlijk gezeild, maar op sommige dagen is klunen de hoofdattractie. En dat betekent dat tijdens een regenachtige septemberdag tien zeilbootjes met gestreken mast zich beurtelings proberen los te wrikken uit het riet. En die duiken dan na een korte stint over een schitterend meertje direct het volgende slootje in. “Messing around with boats” heet dat.
Is dat leuk? Nou dat hangt er van af. De voorpret is enorm, want de natuur, de onbetreden landschappen en de pret met bootjes klinken erg aanlokkelijk. Achteraf geeft het ook een gevoel van prestatie, want een raid is geen onderlinge wedstrijd, maar weldegelijk eentje met jezelf.
Ik vaar doorgaans solo en dan wordt dat éénmansteambuilding. Het is een vermoeiende worsteling als je voor de zoveelste keer vast in het riet staat, een roeispaan weer wordt omarmd door waterplanten of als je je alwéér de mast moet strijken. Normaal doe je dat één keer per vakantie, nu om de haverklap. Het nadeel als je achterop raakt is dat je zelf de juiste afslag moet vinden, een voordeel van achterop raken is dat niemand je gevloek hoort. Tenminste, dat denk je…
Joost, de bezemboot, wachtte tijdens de eerste dag bij de laatste brug van die dag. Ik weet niet of iedereen er toen doorheen zat, maar ik wel. Tegen de wind in onder de brug doorgeroeid, nog een paar slagen, ff mast rechtop zetten… snel het zeil hijsen want de rest is al aan het varen en toen… “POLLUS!!!“ Huh?
Mijn bootje woei met staande mast langzaam terug richting de brug en dankzij zijn waarschuwing kon ik nog net op tijd de peddel pakken en op volle kracht bij het brugdek wegploegen. Dat was op het nippertje en mijn verzuchting dat deze uitdaging wellicht iets te veel voor mij was is Joost niet ontgaan, want eenmaal bij onze camping aangekomen vroeg hij neutraal “Zal ik morgen met je mee varen?”.
Nou dat was de volgende dag een volledig andere ervaring . Met twee personen losten we al snel de rest van het peloton. Dat lag niet alleen aan zijn betere roeitechniek en het feit dat we met stuurman niet voortdurend overal tegenaan botsten, maar ook omdat mijn roeibankje pas na wat improviseren op de goede plek stond.
Daarna kwam een uitgebreide privéles. Een middagje over alles wat niet op Youtube staat. Hoever je de giek maximaal kunt aanhalen voordat je het zeil dichttrekt, waar je precies in het zeil kunt zien wanneer je te scherp gaat varen en welk touwtje je gewoon kunt weglaten om het zeil sneller te kunnen strijken. Dat kan als je de neerhaler strak genoeg aantrekt (wow, zo strak?).
Standaard mantra’s als eerst vaart maken, dan pas scherp varen kende ik, maar nu ging het door tot in de perfectie. Schoot iets aantrekken of iets laten vieren gaat plotseling om een stukje van vier centimeter. Minieme details die enorme consequenties blijken te hebben. Belangrijkste les bij opkruisen: kijk naar je zeil. Niet naar je kompas, niet naar wat andere doen, kijk alleen naar je zeil.
Wij waren als eerste bij de lunchplek en ook bij de camping wachtte een lege stijger. Ik ben eigenlijk nooit ergens als eerste gefinisht en heb ook niet de ambitie dat veel vaker te doen, maar deze keer was magisch.
De volgende dag kon ik het geleerde in praktijk brengen. Dat ging best lekker, ik heb zowaar zeilend wat bootjes ingehaald. Totdat het klunen begon en mijn intieme connectie met het riet, de oever en de waterplanten weer de overhand kreeg.
Aan het einde van de groene worsteling kwam toch weer het verlossende meer en met een perfect windje, een rechte zuidwestelijke koers naar een brede sloot die ergens in de verte zou moeten opdoemen, was het zeilen absoluut een feest.
Ik was als laatste uit de rietsloot gekomen en het peloton was al van het meer af, vermoedelijk hunkerend naar een warme douche en droge kleren. Geen probleem want het bootje deed het nu zelf, ik wist waar ik heen moest en vermaakte me met een zakje nootjes en een blikje fris, met af en toe een blik op het kompas en turend naar de uitgang.
Omdat ik ruimschoots achterliep had ik niet de illusie nog iemand bij te halen en tot mijn stomme verbazing zag ik in de verte een zeiltje. Welke idioot gaat nu op deze miezerige regendag zeilen dacht ik nog. Het bleek Marlies te zijn die bij de monding op mij gewacht had. Ze vermoede dat ik me wel zou redden maar vond het saai om mij in mijn eentje te laten terugvaren. Zo hee!
Ik vroeg me de afgelopen dagen een paar keer af waarom ik toch met deze raids mee deed en daar dreef het antwoord. Dit zijn niet alleen de uitdagingen die ik aan wil kunnen, maar ook de mensen waar ik bij wil horen. Dus… op naar de volgende editie!
The camping of Koekoek en De Waard was the base camp for the 2026 edition of the September Sail. Abel and Annewil cooked a very nice dinner for the participants who arrived on Saturday.
Sunday morning we rowed through the city of Ijlst and the Riperfeart and sailed towards the Langweerder Wielen and took a left turn into the Fammensrakken for our lunch stop. It was hot but there was a nice S3 so we could sail much of the time.
Monday was sunny with a little more wind. We sailed to the Langweerder Wielen, stopped for lunch in the Jaansleat, sailed through the Jeltesleat and arrived at Ijlst via the Wyde Wymerts.
Tuesday was rainy but less windy than predicted. Today’s motto was ‘messing about in boats’ . We rowed to the Wyde Wymerts and passed Abbegeaster Ketting before we turned into the scenic Westhimster Opfeart. This glorified ditch bordered by reeds and waterplants led us past the 14th century bell-tower of West Hem. There were no other boats, just us plodding along in the rain.A memorable experience! We set sail and crossed the Oudegeaster Brekkken towards the Bearshoeke where our little band of raiders assembled for lunch and shelter. Then it was onwards towards the Idzegeaster Poelen and Heeg and back to Ijlst via the Wyde Wymerts.
Abel and Annewil treated us to a very nice dinner in the hall of Werf Ijlst after we had left our sodden clothes to dry on a rack made by Abel just before we arrived.
It was a very nice weekend. Many thanks to our hosts at Koekoek en De Waard and especially to Marlies for organising the event and planning the routes!
Verslag van Pollus (toegevoegd 14 september):
Klunen
Friezen hebben het klunen uitgevonden. Hardlopen op schaatsen die daar niet echt voor zijn ontworpen. Hardloopschoenen of simpele gympies zouden veel fijner zijn, maar je doet dat alleen voor het grotere doel: de volgende vastgevroren sloot.
De analogie met zeilen is snel gemaakt. De – in dit geval liefst niet vastgevroren – vaarten en meertjes zijn soms verbonden door smalle watertjes vol lelies, riet en superlage bruggetjes. Je gaat er met je zeilbootje doorheen omdat het moet. Ook hier is er een beter gereedschap denkbaar, bijvoorbeeld een kano of sup, maar je doet het met je zeilboot voor het grotere doel: het volgende ruime water.
Zo niet bij September Sail!
Uiteraard wordt tijdens dit weekeinde heerlijk gezeild, maar op sommige dagen is klunen de hoofdattractie. En dat betekent dat tijdens een regenachtige septemberdag tien zeilbootjes met gestreken mast zich beurtelings proberen los te wrikken uit het riet. En die duiken dan na een korte stint over een schitterend meertje direct het volgende slootje in. “Messing around with boats” heet dat.
Is dat leuk? Nou dat hangt er van af. De voorpret is enorm, want de natuur, de onbetreden landschappen en de pret met bootjes klinken erg aanlokkelijk. Achteraf geeft het ook een gevoel van prestatie, want een raid is geen onderlinge wedstrijd, maar weldegelijk eentje met jezelf.
Ik vaar doorgaans solo en dan wordt dat éénmansteambuilding. Het is een vermoeiende worsteling als je voor de zoveelste keer vast in het riet staat, een roeispaan weer wordt omarmd door waterplanten of als je je alwéér de mast moet strijken. Normaal doe je dat één keer per vakantie, nu om de haverklap. Het nadeel als je achterop raakt is dat je zelf de juiste afslag moet vinden, een voordeel van achterop raken is dat niemand je gevloek hoort. Tenminste, dat denk je…
Joost, de bezemboot, wachtte tijdens de eerste dag bij de laatste brug van die dag. Ik weet niet of iedereen er toen doorheen zat, maar ik wel. Tegen de wind in onder de brug doorgeroeid, nog een paar slagen, ff mast rechtop zetten… snel het zeil hijsen want de rest is al aan het varen en toen… “POLLUS!!!“ Huh?
Mijn bootje woei met staande mast langzaam terug richting de brug en dankzij zijn waarschuwing kon ik nog net op tijd de peddel pakken en op volle kracht bij het brugdek wegploegen. Dat was op het nippertje en mijn verzuchting dat deze uitdaging wellicht iets te veel voor mij was is Joost niet ontgaan, want eenmaal bij onze camping aangekomen vroeg hij neutraal “Zal ik morgen met je mee varen?”.
Nou dat was de volgende dag een volledig andere ervaring . Met twee personen losten we al snel de rest van het peloton. Dat lag niet alleen aan zijn betere roeitechniek en het feit dat we met stuurman niet voortdurend overal tegenaan botsten, maar ook omdat mijn roeibankje pas na wat improviseren op de goede plek stond.
Daarna kwam een uitgebreide privéles. Een middagje over alles wat niet op Youtube staat. Hoever je de giek maximaal kunt aanhalen voordat je het zeil dichttrekt, waar je precies in het zeil kunt zien wanneer je te scherp gaat varen en welk touwtje je gewoon kunt weglaten om het zeil sneller te kunnen strijken. Dat kan als je de neerhaler strak genoeg aantrekt (wow, zo strak?).
Standaard mantra’s als eerst vaart maken, dan pas scherp varen kende ik, maar nu ging het door tot in de perfectie. Schoot iets aantrekken of iets laten vieren gaat plotseling om een stukje van vier centimeter. Minieme details die enorme consequenties blijken te hebben. Belangrijkste les bij opkruisen: kijk naar je zeil. Niet naar je kompas, niet naar wat andere doen, kijk alleen naar je zeil.
Wij waren als eerste bij de lunchplek en ook bij de camping wachtte een lege stijger. Ik ben eigenlijk nooit ergens als eerste gefinisht en heb ook niet de ambitie dat veel vaker te doen, maar deze keer was magisch.
De volgende dag kon ik het geleerde in praktijk brengen. Dat ging best lekker, ik heb zowaar zeilend wat bootjes ingehaald. Totdat het klunen begon en mijn intieme connectie met het riet, de oever en de waterplanten weer de overhand kreeg.
Aan het einde van de groene worsteling kwam toch weer het verlossende meer en met een perfect windje, een rechte zuidwestelijke koers naar een brede sloot die ergens in de verte zou moeten opdoemen, was het zeilen absoluut een feest.
Ik was als laatste uit de rietsloot gekomen en het peloton was al van het meer af, vermoedelijk hunkerend naar een warme douche en droge kleren. Geen probleem want het bootje deed het nu zelf, ik wist waar ik heen moest en vermaakte me met een zakje nootjes en een blikje fris, met af en toe een blik op het kompas en turend naar de uitgang.
Omdat ik ruimschoots achterliep had ik niet de illusie nog iemand bij te halen en tot mijn stomme verbazing zag ik in de verte een zeiltje. Welke idioot gaat nu op deze miezerige regendag zeilen dacht ik nog. Het bleek Marlies te zijn die bij de monding op mij gewacht had. Ze vermoede dat ik me wel zou redden maar vond het saai om mij in mijn eentje te laten terugvaren. Zo hee!
Ik vroeg me de afgelopen dagen een paar keer af waarom ik toch met deze raids mee deed en daar dreef het antwoord. Dit zijn niet alleen de uitdagingen die ik aan wil kunnen, maar ook de mensen waar ik bij wil horen. Dus… op naar de volgende editie!
Diehards Henk en Heike en Herman en Eliane waren er al toen Klarie en ik vrijdagmiddag aankwamen in de haven van Wartena. Het was heet in de haven. Gelukkig was er de vorige dag een overkapping gereedgekomen dus we konden lekker in de schaduw zitten en bijkletsen.
Later op de avond gingen Klarie en ik weer naar huis. Door een ongelukkige val kon ik niet varen. Eenmaal thuis zagen we voortdurend flitsen maar hoorden geen donder.
Later hoorde ik dat Wartena en omgeving de volle laag hadden gekregen. Maar gelukkig knapte het weer op en kon er gevaren worden. In Akkrum had Marlies helaas schade aan haar boot. Hopelijk is Meisje Loos inmiddels weer vaarklaar.
Hier in ieder geval wat mooie plaatjes uit de Signal-groep.
Er zijn plaatsen waar je graag naar terugkeert. Dit keer het varen door de Overijsselse Vechtvallei.
Ingrediënten voor een heerlijke tocht: goed gezelschap, drie nachten in een geweldige B&B, zes keer door een sluis en twaalf keer de mast strijken en zetten, Paulus Potterachtige taferelen, stilte om je boot, lekkere ontbijtjes, goede restaurants en aanwezig te zijn op een nautisch festijn.
Samen met Dirk en Jelle op Drascombe Strûner hadden we mooie dagen op de Vecht. Door het meanderende karakter van de rivier was het zeer afwisselend zeilen. Gelukkig wisten we door het kompas steeds waar het noorden is, dus we konden goed inschatten wanneer we wel of geen wind zou zijn. Het is superhandig wanneer je al varende je mast kunt strijken. Het in het natuurgebied gelegen haventje van de B&B is naar mijn idee het mooiste van Nederland.
Terwijl een groot gedeelte van het land geteisterd werd door op veel plaatsen een donker zwerk met onheilspellende donder en bliksem, kwamen wij er goed vanaf. Dit besefte je ’s nachts nog niet: je verbeeldde je hoe je de boot de volgende ochtend aan zou treffen: in of onder water. Gelukkig bleken beide boten in goede conditie op enkele volle hoosvaten na.
De tocht leidde van Ommen naar Diffelen, van Diffelen naar Hardenberg, Hardenberg- Diffelen en de laatste etappe van Diffelen weer naar Ommen.
Het bezoek aan Hardenberg vormde het hoogtepunt van deze tocht: de tewaterlating van de Vechtzomp “Stad Hardenberg” bij de Gedempte Haven (20 juni 2026).
Met enige vertraging vond de feestelijke tewaterlating van de fonkelnieuwe zomp plaats. Hierbij waren aanwezig de zompen uit Dalfsen, Ommen, Gramsbergen en Laar (D).
Tussen 1600 en 1930 werd de vechtzomp, een historisch type houten platbodemschip, gebruikt voor goederen- en vrachtvervoer over de Overijsselse Vecht. De replica’s zijn nu in trek bij de vele toeristen die deze omgeving rijk is.
Na de tewaterlating van de zomp werd de gerestaureerde roeisloep “Minister Rick” aan het water toevertrouwd.
Een mooi project om de verdiensten van de uit Hardenberg afkomstige Rick Brink te eren. Hij was minister voor gehandicapte zaken en raadslid in Hardenberg. Het initiatief hiertoe is genomen door Germ Immink. Tijdens zijn werkzame leven kwam hij veel in contact met jongeren waarmee het niet altijd even goed ging.
Het is de bedoeling om in de toekomst met deze inmiddels jongvolwassenen te gaan roeien. Met dit in het achterhoofd heeft de naam “Minister Rick” eigenlijk een dubbele betekenis.
De sloep was aanvankelijk een afstudeerproject van een meubelmakerschool in Amsterdam. Helaas waren de studenten niet zo’n enthousiaste roeiers. Vervolgens kwam de sloep in Harlingen en later weer bij studenten nu in Sneek terecht. Dit laatste was weer niet zo’n succes. Germ heeft de boot met vrijwilligers gerestaureerd en we hebben het prachtige resultaat kunnen aanschouwen.
Bij een volgend bezoek misschien de Vecht voorbij Hardenberg eens te bevaren.
Ondanks een aantal afzeggingen (door lichamelijke perikelen) was het een heel gezellig gebeuren bij Jachtwerf Scherpel in Loosdrecht.
Marcel had het plan opgevat om daar een Raid te beginnen en dat pakte fantastisch uit.
We werden zeer gastvrij ontvangen door Hans en Tries in hun paradijselijk gelegen haven.
Het weer zat ook mee volop zon en wind, helaas merkte je van de wind weinig tussen de bomen, maar de eerste dag konden we ons hart ophalen op de plas, na de lunch binnendoor naar de Vecht en via de Mijndense-sluis naar de Drecht.
Hier hebben we gastvrij overnacht bij WSV de Muyen en Fort Spion wat uiterst sfeervol was met openhaardvuur.
De tweede dag was meer roeien, zelf sluisjes bedienen en mast strijken.
Het weekend werd besloten met een gezamenlijke maaltijd bij Hans en Tries die door Marcel werd verzorgd.
Eer machtig memorabel weekend dat zeker voor herhaling vatbaar is.
Hans Arends
Nagekomen bericht
Tries heeft tijdens het weekend deze video gemaakt om even na te genieten.
Waar ligt de Avontuur? Waarom zie ik het moederschip nog niet? Als ik het Brandemeertje opvaar kijk ik reikhalzend uit naar de finish. Het is warm, ik begin handen, schouders en rug te voelen en de afwezige wind draait steeds tegen. Nog het ‘hele meer’ opkruisen, op dat moment voelt het ver. Als ik aankom, klinkt van het dek applaus, en als ik na het opruimen aan boord klim duwt schipper Maarten me een drankje in de hand. Ruim 25 km zitten er op, zuidwaarts dwars door het Friese merengebied, van Akkrum tot bijna Lemmer. De rest van de middag is plezierig: zwemmen, en steeds weer een bootje met applaus verwelkomen. Onder de zonnetent op de Avontuur is het gezellig borrelen.
Koning Redbad van Frisia zou tevreden hebben toegekeken: Friesland op zijn mooist en ‘al wat varen kon, dat voer’. Helaas zijn dat tegenwoordig vrijwel uitsluitend oversized sloepen en grote motorkruisers. Zon genoeg, maar wind altijd net te weinig of precies van voren. Terug varen we een andere route, in twee etappes verdeeld over de twee Pinksterdagen. Op zondag is er helemaal geen wind, dus wordt er hard gewerkt. Zelfs op het Slotermeer gaat het zeilend niet vooruit, dus er wordt vrijwel de hele etappe geroeid. “Onze boot is best goed te roeien, als er maar geen tegenwind is”, ontdekt Hans Arends. Wie denkt dat natuurlijk varen vanzelf gaat, leert dit weekend snel anders.
We zijn met ruim twintig mensen verdeeld over vijftien bootjes. De zusjes De Waard beleven in het bootje Meisje Loos hun jeugd opnieuw. De broers Van Zijpp avonturieren met ieder een eigen minibootje van het type Tabur. Dapper lepelen ze met roeiriempjes van amper een anderhalve meter lengte langs de rietkragen. De Flerk heeft tegenwoordig een puts en een anker in de inventaris.
Onderweg worden oude tradities uit de Dorestad Raid in ere gehouden. Het spontane avondzeilen op zondag is magisch: het licht zakt weg, de gesprekken worden stiller en de bootjes tekenen zich donker af tegen de horizon. Er worden ook nieuwe tradities geboren, zoals zelf koken, waarbij ons ontzag voor Hanna toenam. Het voornemen is om de Redbad elk tweede jaar te organiseren, dus Pinkster ’28 weer.
Aan het eind van het weekend overheerst hetzelfde gevoel als bij mijn aankomst aan boord van de Avontuur: vermoeidheid, voldoening en dorst. Dank aan Marlies en Joost voor de organisatie.
Het punterweekend werd op gehouden van 1-3 mei op het schiereilandje van vereniging de Zeilpunter aan de Belterwiede. Het was het eerste Natuurlijk Varen evenement van het nieuwe seizoen.
Eliane: het was weer mooi, de volle maan hing vrijdagnacht als een grote lamp boven de Belterwijde hing en spiegelde in het vlakke water. Koos zat na een lange revalidatie voor het eerst weer in zijn kano alsof het niks was! En de jeugd was ook weer terug -inmiddels is het een vaste gewoonte om elkaar hier weer te ontmoeten en samen met een punter op stap te gaan en af en toe bij de ouders een oogje in het zeil te houden. Het weer deed mee, niemand ging te water, er was geen schade aan bootjes of mensen. Het was een heel mooi en relaxed zeil en roeiweekend in deze prachtige lentenatuur met het riet nog laag, en dus met een wijds uitzicht! Uiteraard weer supergoed georganiseerd met heerlijke vega maaltijden! (en iedereen hielp mee met alle klusjes – geen corvee lijst nodig).
Koos Winnips voor het eerst weer met de zeilkanoJoost en Viola met de GruttoPeddelend de haven uitWeerLicht onder vol tuig
Het weer was prima in het weekend van 18-19 october. Zaterdag ZO3 met een zonnetje en zondag bewolkt maar wel ZO4!
De formule van een DCA meeting is onbekommerd met elkaar opvaren op een afgesproken vaarwater. Hubert en Joost zeilden met de Hatseflats, Henk en Heike met de Magnes, Marcel met zijn mooie Acorn Skiff, Nomdo met de Grote Optimist en Albert en Rene met de Post Boat ‘Sassy Lassie’. Koos moest verstek laten gaan wegens grieperigheid maar kwam met Bert wel naar De Lantaarn in Dokkum voor de befaamde kipsaté schotel.
Er staat een verslagje op het DCA forum en op Huberts blog.
Hier alvast wat foto’s van een schitterend weekend:
De Dorestad raid behoort een uitdaging te zijn. Hans Vandersmissen heeft het immers bedacht als eerbetoon aan de Vikingen, die op wind- en spierkracht Dorestad, Wijk bij Duurstede, wisten te bereiken – en nog veel meer kustplaatsen – om te handelen en te roven. Handelen en roven doen wij bij Natuurlijk Varen niet meer. Wij moeten ervoor betalen. Maar varen doen we wel!
De weergoden moeten wel meewerken. Dat doen ze niet altijd, we hebben in het verleden tochten gehad van alle dagen windstilte. Maar nu hebben ze het beter begrepen – we hadden vrijwel alle dagen lekker harde wind waar je soms nauwelijks tegenin kon roeien en waartegen kruisend zeilen ook niet altijd makkelijk was. Dat was een uitdaging voor het fysieke gestel, soms ook wel voor het mentale doorzettingsvermogen, en voor het materiaal, waar zwakke plekken soms zichtbaar werden. Maar iedereen heeft het gered, soms dan wel met hulp van de gemotoriseerde bezemboot, het moet uiteindelijk voor iedereen wel leuk blijven.
Mooi was de algemene enthousiaste stemming, ook van de buitenlanders, nu vooral Fransen en Zwitsers, die zo’n vaargebied met afwisselend meren, kanalen, rivieren en al dan niet vaste bruggen niet zo kennen. Velen kregen meer vertrouwen in hun kunnen en in hun boot en gaan nu verder klussen aan verbeteringen en zwakke plekken. Op bijgaande foto’s en in de films (links hierboven) de beelden met meer of minder wind. (Dirk Branbergen)